Home       Bodem       Informatie       KlankBodem       Chat       Profielen       Tell a friend       Inloggen       SitemapRSS feedsWat is RSS?
thema

Zoeken en vinden

Hoe en wanneer het precies begon, het gevoel dat je niet meer in de juiste kerk zit, weet ik niet precies meer. Het is denk ik ook niet één moment geweest, maar meer een proces. Maar laat ik bij het begin beginnen. Ik ben christelijk opgevoed, God dank. Je kunt ook wel zeggen dat ik gereformeerd ben opgevoed. Als kind gedoopt, gereformeerde basisschool en middelbare school, catechisatie, jeugdvereniging, koor van de kerk, volleybal van de kerk, op achttienjarige leeftijd belijdenis gedaan. Op m’n eenentwintigste getrouwd; uiteraard is ons huwelijk kerkelijk ingezegend.

I
n het hele ontwikkelingsproces van ons geestelijk leven heeft de geboorte van onze tweede zoon een belangrijke rol gespeeld. Bij de geboorte bleek hij een inoperabele hartafwijking te hebben. Zijn geboorte, zijn leven, zijn afwijking en zijn kwetsbaarheid riepen bij mij veel vragen op. Vragen naar God, vragen over God. Voor mijn vrouw was dat anders, zij leefde in het vertrouwen dat God ons bij zou staan, en ze was onder de indruk van de taak die God ons gegeven had. Beiden merkten we dat de gemeenteleden onmachtig waren om samen met ons naar God te gaan en op zoek te gaan naar antwoorden. De vragen groeiden ook tijdens mijn ambtstermijn als diaken. Dat was voor mij een moeilijke ervaring. Slechte communicatie tussen de ambtsdragers. Veel vergaderen en weinig echt bijdragen aan de vitaliteit van de gemeente.

Uiteindelijk groeiden de vragen mij boven het hoofd. Ik kwam er niet meer uit met God. En de kerk hielp me daar ook niet echt bij. Natuurlijk was er het jaarlijkse huisbezoek waar wel over het een en ander gesproken werd, maar echte pastorale begeleiding kon ik dat niet noemen. In die periode was mijn zicht op God verduisterd. Hij was er wel, maar voor mij niet zichtbaar.

Gelukkig bleef Hij mij vasthouden. Wij moeten vaak dingen loslaten, maar Hij laat niet los. Ik ben weer in de Bijbel gaan lezen. Op zoek naar de God van Abraham, Isaak en Jakob. Op zoek naar de God van Israël. Daarbij heeft de Alpha-cursus een belangrijke rol gespeeld. Voor mij was de cursus een teruggaan naar de basis van mijn geloof. Wat houdt het geloof in? Wie is God nu echt voor mij? Ik heb weleens de vergelijking gemaakt met een boom. De boom, dat ben ik met mijn geloof, helemaal vol gehangen met allerlei dogma’s, stellingen, aannames en tradities. Al die dingen heb ik uit de boom gehaald. Zoals een kerstboom waar je al de versiering uit haalt. Niet om weg te gooien maar om even weg te leggen. Zonder versiering, zonder allerlei dingen die mij blijkbaar van God afhielden, ben ik voor Hem komen te staan en heb ik ontdekt wie Hij werkelijk is. Ik heb toen God leren kennen als Persoon, die begaan is met mij, zijn zoon. Een machtig God. Groot is zijn Naam. De Schepper. Maar juist ook een Vader die niet zijdelings blijft kijken maar ook daadwerkelijk leidt, mee lijdt, troost, kracht geeft en geneest en soms op een heel bijzondere manier ingrijpt.
Mijn vrouw heeft later gezegd: ‘God heeft je toen klaargemaakt voor de dingen die moesten komen.’ We hebben in de periode dat onze zoon steeds zieker werd en uiteindelijk overleden is ervaren hoe dicht bij Hij is, hoe groot zijn kracht en almacht is. Liefdevol, genezend. Toen hebben we ook gemerkt hoe belangrijk het is om steeds maar weer naar Hem toe te gaan, met je vragen, met je boosheid, met je verwachtingen. We zijn daarbij op heel bijzondere manier geholpen door een aantal gemeenteleden. Lieve mensen die met ons in die moeilijke tijd de lengte, de breedte, de diepte en de hoogte van de liefde van Christus opgezocht hebben.

Daarna gebeurden er eigenlijk twee dingen. We gingen verder op zoek naar hoe wij God de juiste plek in ons leven konden geven. We keken over de kerkmuren heen. We bezochten conferenties om ons verder te laten onderwijzen. Wat we leerden, probeerden we vorm te geven in onze eigen gemeente.
Men zat daar niet op te wachten, op zulke gedachten die niet gereformeerd genoeg waren. Voor ons gevoel werden we heel geleidelijk naar de rand van de kerk geduwd. We werden niet meer gevraagd om in commissies deel te nemen. De dingen die we nog wel in de gemeente deden, werden nauwlettend gevolgd. Achteraf zou je kunnen zeggen dat wij veranderden, en dat we daardoor geen ruimte meer kregen binnen de gemeente.
Er is een gesprek geweest met de kerkenraad. Dat gesprek is voor ons een beetje de laatste druppel geweest. Het gesprek ging niet over waar we over hadden willen praten, over een christelijke levenswandel, maar of en hoe vaak je zondag
Zonder versiering, zonder allerlei dingen die mij blijkbaar van God afhielden, ben ik voor Hem komen te staan en heb ik ontdekt wie Hij werkelijk is.
in de kerk bent. Geen gesprek over hoe je nu als christen in deze wereld staat op maandag, dinsdag enz. Geen gesprek over het met elkaar de diepte opzoeken in moeilijke en mooie tijden.
Dan kom je op een punt dat je moet constateren dat je uit elkaar gegroeid bent, niet in de eerste plaats op onderdelen van leer, maar meer om de manier waarop je met God omgaat in je leven.
Wij gingen op zoek naar een andere gemeente. Naar ons idee is het lichaam van Christus groter dan de vrijgemaakte kerk. Voor ons was het dan ook min of meer een verhuizing binnen het lichaam van Christus. Maar dat ging niet zomaar. We werden opgeroepen om te blijven bij de kerk waar God ons geplaatst had. Men vond dat we bezig waren met het bedrijven van eigenzinnige godsdienst.

Naast deze worsteling kwamen we in een rouwproces terecht. Het voelde alsof we afscheid moesten nemen van mensen met wie we jarenlang hadden opgetrokken, met wie we lief en leed deelden. Natuurlijk doet dat pijn, bij ons maar ook bij de andere gemeenteleden. We hebben die stap dan ook niet zomaar genomen. Daar is heel veel gebed en onderling gesprek voor nodig geweest. Onze keus was om ons niet direct bij een andere gemeente aan te sluiten. We wilden eerst loskomen van de dingen waar we los van moesten komen. Er zat bij ons pijn om de afwijzing, en dat we geen plek meer kregen in de gemeente. Pijn om het onbegrip. Pijn dat je als christen niet meer meetelt, niet meer mee mag praten. We moesten de bekende patronen loslaten, ook de mogelijkheid loslaten dat je nog invloed zou kunnen uitoefenen.

En echt, het voelt – na een periode van rouw – als bevrijding. Alsof er een druk van ons af valt. We waren vrij om buiten de kaders van wat voor kerk dan ook te denken en te geloven. Vrij in Christus!
Voor mij was het allereerst een zoektocht naar wie God nu voor mij is. Wie is Hij als mijn God? Wie is Hij als mijn Vader? Daarna zijn we op zoek gegaan naar hoe we God de juiste plek kunnen geven in ons leven. Niet alleen op zondag maar juist ook door de week. Natuurlijk hebben wij een gemeente nodig, een gemeente met haar liefde en warmte. Maar hoe ga je als gemeenteleden met elkaar om? Hoe wordt er leidinggegeven in de gemeente? Hoe wordt de geloofsgroei in de gemeente gestimuleerd?
Tradities hóéven die vrijheid niet in te perken. Tradities zijn voor mij bevroren antwoorden op vragen van vroeger, die voor mij koud aanvoelen. Als gemeente ben je samen op weg. Je groeit samen in de liefde van Christus. Je wilt ook samen steeds meer op Hem gaan lijken. Zijn bruid! Zijn Lichaam!
Zou je als gemeente dan ook niet samen moeten bepalen hoe je de dingen doet? Natuurlijk loop je dan tegen vragen aan die allang een keer beantwoord zijn. Maar hoe erg is dat? Gaat het niet meer om het zoeken dan om het vinden? Heel duidelijk zien we dat terug in de dienst op zondag. We komen nu in een gemeente waar Christus centraal staat en waar ook in de dienst ruimte is om met situaties om te gaan die anders zijn dan anders. Als je tijdens de dienst tegen iets aan loopt, je wordt geraakt door Gods Woord of op een andere manier aangesproken, dan kun je daar gebed voor vragen. Dat kan heel persoonlijk met mensen van het pastorale team of met een oudste, maar dat kan ook ter plekke in de gemeente. Als iemand iets vertelt over een zendeling die door de gemeente ondersteund wordt, dan kan direct voor die zendeling gebeden worden.

En als men zich nu goed voelt binnen een bepaalde traditie? Daar is volgens mij niets mis mee. Het is goed om dingen te doen die je gewend bent of die door de eeuwen beproefd zijn. Daarbij zou je jezelf deze vragen kunnen stellen: Waarom voel ik me daar goed bij; is het een stuk gewenning, of een diep beleefde relatie met God? En weet ik wel waarom die dingen gaan zoals ze in de traditie gaan? Het is daarbij altijd belangrijk om voor ogen te houden dat je de dingen doet tot zijn eer en tot glorie van zijn Naam.
Q



DENKBODEM

Wat in dit artikel niet staat (of waar maar heel weinig over gezegd wordt), is het innerlijke gebeuren dat met dit proces zal zijn samengegaan. Je zou nu eigenlijk niet aan de auteur moeten vragen hoe dat bij hem (en bij zijn vrouw) was, maar jezelf deze twee vragen stellen:
1. Kun je je inleven in deze situatie? Hoe zou je je daarin gevoeld hebben?
2. Zou je je eigen verhaal onder woorden kunnen én durven brengen? Hoe voelt dat van binnen?

Naam
Email
Voer je reactie hier in


op 23-02-2009 om 22:27
Joop Klein Haneveld
Soms zie je pas als je uit de traditie bent gekomen waarin je bent groot geworden dat er weer groei kan zijn, groei is verandering ! , die ruimte moet er zijn , gr0ei kan ook "groeipijnen "geven, maar ook de ontdekking dat Gods koninkrijk veel groter is dan mijn denken

op 14-02-2009 om 18:29
Rik
En zo is het maar net. Dit verhaal zal bij vele christenen herkenbaar zijn. Het is goed dat er zo'n eerlijk artikel over wordt geschreven. De relatie met God is van zeer groot belang.

op 14-02-2009 om 11:44
geziena van berkel
Zeer herkenbaar dit verhaal. Mij is dit ook overkomen, maar dan in een evangelische gemeente. De gemeente, die je thuis is, waar je je vrienden hebt... alles ben je dan kwijt. Gelukkig laat God je niet los. Gelukkig heeft Hij de touwtjes in handen. Maar het is een heel erg pijnlijk proces. En ik merk nog steeds dat ik huiverig ben om me te veel te binden in mijn nieuwe gemeente en met de christen vrienden, die ik opnieuw heb gekregen.