De eisen van de gemeenschap
O
ok in onze christelijke gemeenschappen staan we onder druk om ons net zo te gedragen als de rest. Een kerk of gemeente verzamelt in de loop van de tijd vaak regels over wat in de groep gepast is en wat niet. Ze beginnen als interpretaties van bijbelteksten, adviezen voor een heilig leven, goede gewoontes, maar ze krijgen al snel een hogere status. Ze veranderen in een lakmoestest voor het bepalen van iemands geestelijke gezondheid. Ik weet nog hoe er tijdens een lezing van een zendeling in onze gemeente een gebed werd uitgesproken. Bijna iedereen bleef zitten. Eén broeder stond echter op en zei met dodelijke ernst: ‘Laten we staande bidden.’ Dat was namelijk bij ons de gewoonte. En de aanwezigen stonden als één man op. Niemand wilde voor ongeestelijk worden aangezien.
Maar we kunnen ons ook gedwongen voelen om mee te doen aan elke nieuwe rage op het christelijk erf, elk nieuw tienstappenprogramma of elke nieuwe zalving. Zonder dat het letterlijk zo gezegd wordt, kun je de boodschap oppikken dat wie deze dingen niet doet, wie niet naar alle bijeenkomsten gaat, wie niet de nieuwste liederen zingt, in de ogen van God tekortschiet, een tweederangschristen is.
De macht van de angst
Onze omgeving kan alleen zoveel macht over ons hebben omdat wij bang zijn om buiten de groep te vallen. We zijn als mensen geschapen naar het beeld van de drie-ene God, om te leven in relaties met anderen. Als we daarvan worden afgesloten, ervaren we een diep gevoel van afwijzing.