H
et Lam. Peter de Vries, Roman, met een nawoord van Willem Jan Otten. ISBN 978 94 6005 003 9; Brandaan, Barneveld, 2008; 224 blz., prijs € 18,50.
De meeste recensies van dit boek beginnen met de constatering dat het schokkend is. Dat is het ook wel, maar dat maakt het op zichzelf niet tot ‘een meesterwerk in de wereldliteratuur’, zoals de vertaler, Reinier Sonneveld, op de achterzijde van het omslag mag melden. De spanning die de inmiddels overleden auteur – een zoon van een Nederlandse emigrant in Amerika – heeft weten op te roepen in een bijtende en bijzondere mix van humor en verdriet, geeft een bijzondere diepte aan de stilistische hoogtepunten.
Wat raakt me nu het meest? Natuurlijk het hele verhaal, een novelle die doet denken aan het Bijbelboek Job, maar zonder dat God ooit aan het woord komt. De taart die de hoofdpersoon, Don Wanderhope, in het gezicht van de Gekruisigde smijt (210); pas bij herlezing merkte ik dat daarmee de onbewuste aanduiding van Carol een profetie werd: ‘Hij [de persoon van een film] staat daar gewoon maar en krijgt alles over zich heen. Hij wacht er zelfs op’ (170) – maar nu kwam het gesmeten gebak vol in het gezicht van God terecht.
Don Wanderhope is wanhopig in gevecht met God, in Wie hij niet kan geloven, maar die hij toch blijft aanspreken, aanklagen, aanroepen. Dat hij deze God heeft ‘ontmoet’ in de traditie van zijn ouders, Nederlandse immigranten, heeft hem tegelijk herkenning van God en afschuw van deze traditie gebracht, waarmee hij in het spoor treedt van zijn jong gestorven, hoog intelligente broer.