Het evangelie – sociaal?
I
n het begin van de twintigste eeuw hebben evangelicale christenen een laat-negentiende eeuwse leugen geslikt. Die leugen was dat godsdienst moet worden geprivatiseerd, en dat God eigenlijk niet echt geïnteresseerd was in sociale betrokkenheid. Sociale actie werd overgelaten aan liberale christenen en historisch oudere denominaties, zoals de rooms-katholieken, anglicanen, presbyterianen en mensen van het Leger des Heils. Terwijl men sociale actie ging zien als een nieuw soort heil, trokken de evangelicalen zich terug van wat bekend werd als het sociale evangelie.
In de jaren 1970 begon veel daarvan weer te veranderen, terwijl evangelicalen zagen dat maatschappelijk engagement meer een aanvulling was dan een tegenstelling tot het goede nieuws. Zoals Alister McGrath zei: ‘Het sociale evangelie had het op één punt bij het rechte eind, en bij alle andere bij het verkeerde. Wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden’
Op dit moment zijn er evangelicalen van allerlei pluimage betrokken in het publieke leven. Zelfs waar ze zwak zijn in de betrokkenhed op hun plaatselijke gemeenschap, zijn ze in veel gevallen actief in het lobbyen bij de overheid inzake wetgeving die te maken heeft met de nationale moraal.
We kunnen geen scheiding meer maken tussen ons geestelijk leven en onze betrokkenheid in de wereld. Daarom is de idee van ‘transformatie’ erg populair geworden bij evangelicalen.
Transformatie
Evangelicalen zijn geen maatschappijbouwers: we geloven niet dat verandering ontstaat alleen door veranderde sociale omstandigheden. Bijbelse transformatie begint met een persoonlijke ontmoeting met God omdat Jezus onze zonden heeft vergeven. Eigenlijk was juist evangelisatie vaak de brandstof voor evangelische zendingsbewegingen en sociale hervormingen. Evangelische transformatie in de achttiende en negentiende eeuw kwam voort uit een haat tegen de zonde en wat die mensen aandoet. Zoals de historicus John Wolffe zei: ‘Sociale transformatie moet gezien worden als een onmisbaar onderdeel van evangelisatie, en niet als een alternatief daarnaast’.
Maar persoonlijk heil is alleen maar het begin. Een christendom dat niet met de individuele mens begint zal nooit ergens beginnen. Maar anderzijds zal een christendom dat bij de individuele mens ophoudt spoedig tot een einde komen.
Daar gaat het om bij Gods grotere agenda in transformatie. Van de zondeval in Genesis tot de onvermijdelijke triomf van Christus in Openbaring heeft God Zichzelf betoond als Iemand die erop uit is mensen en dingen te veranderen. Evangelicalen zijn daar evenzeer op uit.
Maar transformatie is geen utopisme, en verplicht ons niet tot een of andere speciaal standpunt ten aanzien van het duizendjarig rijk. Een christelijke visie op transformatie pretendeert niet dat we volmaakte maatschappijvormen kunnen scheppen door onze eigen actie. Maar ze brengt mee dat we ons een maatschappij voorstellen waarin onze gebeden en inspannngen betekenen dat meer mensen tot geloof komen in Jezus Christus, en dat Gods koninkrijk van recht dieper zal doordringen in onze door de zondeval aangetaste relaties, zodat gerechtigheid en de opbloei van de mensheid wordt bevorderd. Het is een transformatie die inhoudt dat sommigen gered zullen worden, maar iedereen ervan zal profiteren.
Als we dit willen bereiken, moeten we anders gaan denken over onszelf: niet alleen als afzonderlijke discipelen, kerkleden, gebedsstrijders, of zelfs goede evangelisten. We moeten onszelf gaan zien als christelijke staatsburgers die door de kerk tot leven gebracht zijn en belast met de opdracht om het werk van het Koninkrijk te doen.
Transformatie is niet een toegevoegd extra onderdeel waar we voor kiezen. Het is het gezamenlijk totaal van wat God in de wereld doet, en waartoe Hij ons uitnodigt om eraan mee te doen. Historisch gezien is evangelicalisme ondenkbaar zonder transformatie. Het is de geestelijke zendingsgesteldheid zonder welke we onszelf en de maatschappij teleurstellen. Zonder transformatie raken we in onszelf opgesloten, terwijl we ons aan allerlei theologische haarkloverijen overgeven en allerlei structuren ontwerpen om ons veilig van de wereld te bewaren. Het is als brandweermannen die gaan praten over binnenhuisarchitectuur terwijl de stad in brand staat.
Hoop voor de wereld
Een verschil maken – gevangenen bevrijden – moet het kenmerk zijn van elke evangelicale gemeenschap. Dat is heel wat belangrijker dan wie er allemaal bij het kerkkoor horen, of hoe de begroting per onderdeel eruit ziet.
Transformatie dwingt hoop af. Dat is nu juist zo nodig in onze stadhuizen, gemeenschapsprojecten en parlementen. Zoals Jim Wallis zegt: ‘Hoop, tegenover cynisch denken, is de sleutel tot alle morele en politieke keuzes van onze tijd’. We moeten dat echt niet onderschatten. Een aantal jaar geleden sprak ik met een hoge politiefunctionaris, en hij vertelde me hoe in zijn district iemand gedood kon worden in een nachtclub eenvoudig omdat hij een andere persoon oneerbiedig bejegende. Ik vroeg hem wat jonge mensen tot zulke dwaasheid bracht. Zijn antwoord kwam zonder aarzelen: gebrek aan hoop.
Transformerende hoop is de vreugde van een plaatselijk predikant die de ongelovige echtgenoot van een trouw gemeentelid bij Christus mag brengen. Het is het begeleiden en zegenen van iemand in de laatste levensfase. Maar in duizend andere dingen zie je hetzelfde. De laatste jaren heb ik het voorrecht gehad om Afrika te bezoeken met Tearfund en India met World Vision, en ik heb hoop in actie gezien. Hoop is een koe in een veld, een vissersboot na een tsunami, een rode tractor die een paar gezinnen met elkaar delen. Hoop is praktisch. Het is Gods manier om te zeggen dat de dag van morgen tot de mogelijkheden behoort, en dat Hij de God is van iedereen.
Evangelicalen die zich inzetten voor geestelijke en sociale transformatie zullen niet bekend worden door de dingen waar ze tegen zijn. Ze zullen bekend staan om waar ze vóór zijn: een gemeenschap gebaseerd op koninkrijks-waarden. Evangelicalisme is zichzelf trouw als het positieve bijdragen levert aan de wereld. Dat doet het goede nieuws.
Nieuwe evangelicale betrokkenheid
We moeten nooit denken dat ons transformerende werk onopgemerkt zal blijven. De nieuwe evangelicale betrokkenheid is wel degelijke opgemerkt. Er is een heel goede reden waarom politieke leiders over elkaar heenvallen om te werken met geloofsgroeperingen en kerken.
In september 2005 publicererde Christianity Today een uitstekend artikel van een Joodse mensenrechten-activist die opmerkte dat evangelicalen langzaam maar zeker geworden waren tot ‘de machtigste kracht voor voortgang op het gebied van mensenrechten’. Op allerlei plaatsen in Afrika, Sri Lanka, India (om maar een paar gebieden te noemen) zijn evangelicalen actief betrokken in kwesties van mensenrechten en geloofsvrijheden. Op het hoogtepunt van haar achttiende-eeuws bestaan was de Evangelische Alliantie in Engeland bekend als kampioen van godsdienstvrijheid. Momenteel heeft de Commissie Godsdienstvrijheid van de Wereld Evangelische Alliantie een formele status bij de Verenigde Naties.
Aan het eind van de twintigste eeuw bleken evangelicalen te staan in het hart van de grootste en best ondersteunde campagne ter wereld tegen de armoede. In de Jubilee Campaign zijn wereldklasse beroemdheden als Bono en Bob Geldof als champions opgevoerd, maar het begon als de visie van een staflid van Tear Fund in Engeland. De evangelicale betrokkenheid in Make Poverty History is een feit geworden.
Sinds de officiële lancering bij de Verenigde Naties in 2004 is de Micha Campagne een veelbetekenende evangelische respons gebleken op wereldwijde armoede, waardoor regeringen ter verantwoording worden geroepen over de vraag hoever ze zijn met de Millennium Doelen, acht beloften waardoor ze ermee hebben ingestemd om extreme armoede met de helft te verminderen tegen 2015. Door onze inzet voor de armen te verdiepen en door ons achter hun zaak te stellen, heeft de wereldwijde evangelicale gemeenschap erin bewilligd een kritische partner te zijn bij nationale regeringen ten aanzien van de manier waarop ze met deze beloften omgaan.
Toen ik het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties bezocht in Nairobi, die de verantwoordelijkheid heeft voor het implementeren van de Millennium Doelen in heel Afrika, vertelde een nationaal coördinator me: ‘Als de kerk in Afrika de Micah Challenge verder ontwikkelt, zal mijn werk tot de helft worden teruggebracht!’ Micah Challenge is niet alleen erkend door de Verenigde Naties, maar ook door Global Call to Action Against Poverty (GCAP) om de unieke respons op wereldwijde armoede en de groeiende partnerschap met regeringen in het terugbrengen van armoede.
Micah Challenge is een verbazingwekkende open deur voor een positieve profetische evangelicale uitstraling, die in de eenentwintigste eeuw aanslaat. Als er levens en gemeenschappen door veranderd worden verder dan de uitstraling van de plaatselijke kerk, zou dat een diepgaand effect hebben op alles wat we doen.
Iedere plaatselijke gemeente moet een factor van verandering worden, waarin men verantwoordelijkheid neemt vor de vierkante mijl rondom haar locatie en waar men haar leden leert hetzelfde te doen waar zij wonen.
God heeft Zich in de publieke sfeer begeven. Maar mensen zulen dat alleen maar weten als wij er zijn om dat te manifesteren.
Q