L
ater ontdekte ik nog meer van dit soort ‘bijzaken’ onder christenen die meer vanuit opvoeding en milieu waren ontstaan; hierbij kon het gaan om persoonlijkheidskenmerken, kleding, omgangsvormen, opleiding, geloofsartikelen, muziek of theologische schema’s. Vaak zijn het belangrijke bijzaken die een verbindende functie hebben gekregen in een persoonlijke of gezamenlijke omgang met God. Maar soms werkt het afstotend naar elkaar en anderen toe.
Ook Paulus beschrijft een aantal van dit soort ‘bijzaken’ die hij soms tussen haakjes zet (Filippenzen 3:7) of die juist een positieve rol kregen in zijn relatie met mensen (1 Korintiërs 9:19ev.). Zo kwam hij dichtbij Jezus en dichtbij mensen. Hoe komen wij in deze tijd dichterbij Jezus en dichterbij mensen?1
Bij de EO maak ik nu ruim tien jaar televisieprogramma’s. Mijn wens is dat mensen onze programma’s waarderen en ik wil mensen graag interesseren voor het christelijk geloof. Niet alleen omdat ik mij in de spits begeef van de afdeling ‘geloven’, maar vooral vanuit mijn persoonlijke motivatie. Ik heb zelf ervaren hoe Jezus’ liefde mijn leven heeft verrijkt en ik vind het een grote uitdaging om in deze tijd aan te sluiten bij mijn naaste en deze liefde aan hem over te brengen.
‘Tijdgeest’
Als ik wil aansluiten bij onze tijdgeest, kan ik niet voorbijgaan aan wat wij postmodernisme zijn gaan noemen. Hoewel dit begrip veel misbruikt is, is het nog steeds bruikbaar om wat accenten van de laatste veertig jaar te begrijpen. In deze periode heeft het postmodernisme een grote maatschappelijke invloed gehad, met een hoogtepunt aan het eind van de vorige eeuw. Enkele pomo-accenten zijn: de roep om gastvrijheid, waardering voor verscheidenheid en de persoonlijke ervaring. ‘Het einde van de grote religieuze en wetenschappelijke verhalen’ moest leiden tot meer ruimte voor het individu. De pomo-gangmakers hadden in de Tweede Wereldoorlog ervaren hoe gewelddadig grote verhalen kunnen worden waardoor afwijkende mensen worden vernietigd. Alle grote verhalen hadden niet gegeven wat ze hadden beloofd. Zo groeide er een besef dat er geen starre waarheden en modellen zijn van zekerheden waarop wij algemeen geldende kennis funderen. Elke praktijk heeft een eigen redelijkheid. En zo is er meer nadruk op praktijk en casuïstiek gekomen; contextueel in plaats van algemeen geldend en universeel. Vaak gepaard gaand met een links-politieke voorkeur en een pacifistische, gastvrije levenshouding. Ook in de christelijke theologie vallen mij pomo-acenten op.2 Het grote verhaal blijft bestaan,
Hoe wij in deze tijd nog met woorden en daden kunnen getuigen over wat wij in Christus hebben gevonden en weer het vertrouwen winnen van mensen...
maar theologische kaders worden verzwakt ten gunste van de ruimte voor het individu en persoonlijke beleving: een oecumenische houding, een ethische omgang met elkaar en met het milieu.3
Na 9/11 is het postmodernisme verzwakt. Sindsdien heeft de vreemdeling misbruik gemaakt van onze gastvrijheid. De strijd tegen terrorisme zet de gastvrijheid onder druk. In deze ervaring van bedreiging en opdringerigheid van de vreemdeling gaan we sneller terugduwen door onze identiteit nog eens extra te benadrukken. ‘Trots op Nederland’ en ‘Partij voor de Vrijheid’ zijn hier voorbeelden van, maar ook binnen de kerk hoor ik een roep om weer extra stevig te benadrukken wat onze geloofsartikelen zijn. Zo lopen we het risico dat we inleveren aan gastvrijheid. Maar mensen die nog steeds gevoelig zijn voor opdringerigheid, zijn erg geholpen met vriendelijke gastvrijheid en als wij die inleveren zullen wij de aansluiting verliezen.
In de reacties op onze tv-programma’s merk ik ook dat veel mensen nog wel in een godachtig ‘iets’ geloven. Maar Jezus als enige weg klinkt voor velen te onvriendelijk tegenover andere religies. De kerk is veelal niet aantrekkelijk vanwege het beeld van macht en sociale druk zonder ruimte voor persoonlijke identiteit.
Zo wordt het voor mij een zeer praktische vraag hoe wij in deze tijd nog met woorden en daden kunnen getuigen over wat wij in Christus hebben gevonden en weer het vertrouwen winnen van mensen met oog voor hoofd- en bijzaken.
Gianni Vattimo
Deze vraag kwam ik ook tegen bij Gianni Vattimo, aanvankelijk programmamaker bij de Italiaanse televisie en later hoogleraar en Europarlementariër. Actief in postmoderne kringen, ontwikkelde hij steeds meer zijn eigen visie van ‘het zwakke denken’. Daarin neemt hij de gastvrijheid van het postmodernisme mee en ziet voor de grote verhalen een zwakke en vriendelijke rol weggelegd in de publieke ruimte. Hij laat zich dan ook liever ‘laatmodernist’ noemen.
In zijn boek Ik geloof dat ik geloof beschrijft hij zijn bekering en zijn ontdekking dat het christelijke geloof naadloos aansluit bij zijn socialistische waarden. Als een hedendaags apologeet maakt hij vanuit een bijbels perspectief het christelijk geloof weer relevant in het publieke debat. Hierbij laat hij het mes aan twee kanten snijden. Enerzijds heeft de samenleving zichzelf tekortgedaan door in het publieke debat de religie buiten te sluiten; anderzijds heeft de kerk zich te stevig opgesteld waardoor ze afstootte of zich juist te veel aangepast waardoor ze nietszeggend werd, aldus Vattimo.
Vattimo pleit voor een ‘zwak christendom’ en verwijst naar Jezus die Zich heeft ontledigd en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen...
Ik zal mij hier beperken tot zijn opmerking over de christelijke zendingsopdracht die mij raakte toen ik zijn boeken las.
Van universalisme naar gastvrijheid
In zijn boek Het woord is geest geworden zegt Vattimo: ‘In de nieuwe postkoloniale situatie van de betrekkingen tussen volken en culturen kan het christendom er niet aan denken zijn eigen wezenlijke zendingsopdracht te vervullen door de nadruk te leggen op de eigen dogmatische en morele bijzonderheid.’ ‘Van universalisme naar gastvrijheid’ is Vattimo’s leuze: ‘Gastvrijheid kan alleen waargemaakt worden wanneer men zich geheel ondergeschikt maakt aan zijn gasten en zich aan hen toevertrouwt en men zo dus de mogelijkheid aanvaardt dat zij het in de dialoog bij het rechte eind hebben. Wanneer men in deze dialoog de christelijke identiteit gestalte wil geven in de vorm van gastvrijheid, door het gebod van de liefde toe te passen, dan zal deze identiteit er geheel op neerkomen dat men zijn gasten aanhoort en hen aan het woord laat.’4
Vattimo pleit voor een ‘zwak christendom’ en verwijst naar Jezus die Zich heeft ontledigd en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en uiteindelijk voor ons zijn leven gaf. Een spannend christocentrisch uitgangspunt waarmee Vattimo alles ondergeschikt maakt aan de naastenliefde (caritas). Dat is de hoofdzaak en de rest is bijzaak. Grote verhalen krijgen een vriendelijke rol en worden bijzaak als het gaat om praktische naastenliefde.
Aanvankelijk begon ik wat te steigeren toen ik deze woorden van Vattimo las. Als ik mij zo moet opstellen, waar blijf ik dan zelf met mijn verhaal? Hoe kan ik dan nog getuigen van mijn geloof? Ben ik dan nog wel een zoutend zout en een lichtend licht? Maar nu besef ik dat dit meer een reactie is vanuit mijn angst dan vanuit naastenliefde.
Naastenliefde
Vattimo zet gastvrijheid in het licht van de ‘naastenliefde’. Als naastenliefde de hoofdzaak is dan beïnvloedt dit onze omgang met elkaar en ons gezamenlijke spreken over ‘waarheid’. Liefde en waarheid krijgen een persoonlijke context door onze persoonlijke reactie op Jezus in het licht van het evangelie.
Verbinding
In Efeziërs 3:17 staat dat we geworteld en gegrondvest blijven in de liefde en vervolgens met alle heiligen ons geloof in Christus zullen delen. Deze liefde werkt niet alleen tussen gelovigen onderling, maar ook jegens onze naaste in het algemeen (2 Petrus 1:7).
Dat lijkt me de uitdaging in ons getuigenis: hoe kunnen we intens persoonlijk reageren op Gods liefde zodat er gastvrije openheid
Hoe kunnen we intens persoonlijk reageren op Gods liefde zodat er gastvrije openheid en respectvolle betrokkenheid ontstaat?
en respectvolle betrokkenheid ontstaat? Waardoor kan er vertrouwen groeien om tot een openhartig gesprek te komen? Vanuit onze menselijke reactie op Gods liefde kunnen we aansluiting zoeken bij onze naaste. Zoals Jezus een kwetsbaar mens werd als wij en met mensendaden en mensenwoorden naar zijn God en Vader wees, ook al was Hij soms bang en voelde Hij Zich verlaten.
Jezus heeft Zichzelf vernederd en is zwak geworden om ons te redden (Filippenzen 2:5-8). En deze zwakheid is ook het kenmerk geworden voor Paulus in zijn brieven aan de Korintiërs. Enerzijds is de kracht van Christus Jezus nu niet zwak, maar enorm sterk. Anderzijds zijn wij slechts een zwakke aarden pot (2 Korintiërs 4:7) en ervaren we deze kracht niet als van onszelf maar als van God. Dit mondt uit in de roep van Paulus: ‘In mijn zwakheid ben ik sterk’ (2 Korintiërs 12:10) Paulus beleefde zelfs vreugde in zijn zwakheid en laat zich op zijn zwakheid voorstaan zoals we ook in 1 Korintiërs 2:3 kunnen lezen. Zo waren zij mens onder de mensen.
Vattimo daagt mij zo uit tot een persoonlijke herinterpretatie van deze teksten waardoor het zwakke getuigenis een meer bijbelse invulling krijgt. Maar hoe ziet dit ‘zwakke getuigenis’ eruit in mijn leven?
Verantwoording
Getuigen betekent voor mij dat ik getuige ben van Gods werk in mij, net zoals een getuige dit is voor de rechter tijdens een rechtszaak. Als ik word uitgenodigd kan ik eerlijk zijn over mijn relatie met God. Meestal niet in geestelijke krachttermen of algemeen geldende godsbewijzen, maar meer in mijn twijfel en onzekerheid. Juist door daar eerlijk over te zijn, ervaar ik meer van Gods kracht. Allereerst in openheid tegenover God en vervolgens in het contact met mijn naaste. Soms kan het zo zijn dat het zwijgen over mijn geloof van meer vertrouwen op God getuigt dan het praten erover.
In ons tv-programma Helpdesk Live zijn wij in gesprek gekomen met onze kijkers over hun leven en over hun (on)geloof. Er was een internetforum waar ik betrokken was op de gesprekken die er werden gevoerd. Het viel me daar op dat niet-christelijke bezoekers afhaakten wanneer er duidelijke bijbelteksten en godsbewijzen werden uitgesproken. Veel van deze bezoekers kwamen terug wanneer er een menselijk gesprek was over pijn, moeite, geloofsvragen en onzekerheid. Dan leken ze zich veilig te voelen om kwetsbaar uit hun eenzaamheid te komen. In deze ervaring van gastvrijheid was er ook ruimte en interesse voor (on)geloof en soms gebeurde het dat mensen verder wilden met hun geloofsvragen door zich aan te melden voor een alphacursus of waaromjezus.nl. Juist
Zo kijk ik dus uit naar een zwakke opwekking of een zwakke reformatie die begint bij ons eigen innerlijk en zichtbaar wordt in de kerk en ver daarbuiten.
in het delen van onze zwakke woorden en daden zie ik Gods Geest werken om mensen te bereiken met zijn liefde (1 Korintiërs 2:3).
Zo ziet ook Vattimo in de gedeelde publieke ruimte een plaats voor een zwak christelijk getuigenis vanuit een persoonlijke reactie op het evangelie. Vanuit onze persoonlijke relatie met een gastvrije en uitnodigende God kunnen we in onze zwakheid gastvrij zijn met onze woorden en daden die onze naaste verbinden met een sterke God die in Christus zwak is geworden voor ons.
Stappen
Ik doe een vriendelijk voorstel voor drie bruikbare stappen:
1. Open zijn over je zwakheid in je relatie met de God die openlijk zwak voor je werd in Jezus.
2. Gastvrij luisteren naar je naaste en in vriendelijke zwakheid verbinding zoeken.
3. Bereidwillig zijn om vanuit je zwakheid open te zijn over je persoonlijke geloofsbeleving.
‘Wees niet bang voor de mensen (...); erken Christus als Heer en eer Hem met heel je hart. Vraagt iemand je waarop de hoop die in je leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om je te verantwoorden’ (1 Petrus 3:14-15).
Zonder stap 1 wordt het moeilijk om dichtbij God te komen en God dichtbij ons. Zonder stap 2 wordt het moeilijk om dichtbij mensen te komen en de mensen dichtbij ons. En zonder stap 3 lopen we het risico om onszelf te verliezen en nietszeggend te worden. Maar vanuit zwak vertrouwen en gebed kan er met deze stappen een wederzijdse menselijke openhartigheid groeien waarin Gods Geest kan werken en mensen kan raken met zijn liefde. Vanuit de hoofdzaak van Gods liefde wordt voor mij de rest verzwakt tot een bijzaak, hoe belangrijk soms ook.
Zo kijk ik dus uit naar een zwakke opwekking of een zwakke reformatie die begint bij ons eigen innerlijk en zichtbaar wordt in de kerk en ver daarbuiten.
Noten
1. De uitdrukking ‘Dichtbij God en dichtbij mensen’ komt van ds. Arie van der Veer en Henk Binnendijk.
2. Vooral bij auteurs die in de emerging church gangbaar zijn, zoals Brian McLaren, Stanley Hauerwas, J.D. Caputo, N.T. Wright. Vaak met verwijzingen naar Dietrich Bonhoeffer, Karl Barth en Søren Kierkegaard.
3. Voor een brede en grondige beschrijving verwijs ik graag naar de boeken van dr. Koert Lindijer.
4. Zie Vattimo, G. Het woord is geest geworden. Kampen: Agora 2003, p. 106.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gianni_Vattimo
http://zwakgeloven.wordpress.comQ
DENKBODEM
1. Kun je je voorstellen wat Ronald van den Oever bedoelt met 'bijzaken', en kun je er zelf voorbeelden van noemen die ons getuigenis naar buiten hinderen?
2. Zijn er mensen in je omgeving bij wie misschien nog sprake is van een mate van wantrouwen tegen het christelijke getuigenis? (Vast wel... Maar noem ze eens met naam en toenaam?) Hoe zouden ze te winnen zijn?
3. Aan het slot worden drie stappen voorgesteld om de genoemde 'zwakheid' te concretiseren; kun je daarmee uit de voeten, en in welk opzicht niet?
Niet zozeer passie, maar kritiek op een maatschappelijke tendens. je artikel gaf mij aanleiding te reageren.
De leuze van Vattimo biedt een oplossing:
?Gastvrijheid kan alleen waargemaakt worden wanneer men zich geheel ondergeschikt maakt aan zijn gasten en zich aan hen toevertrouwt en men zo dus de mogelijkheid aanvaardt dat zij het in de dialoog bij het rechte eind hebben. Wanneer men in deze dialoog de christelijke identiteit gestalte wil geven in de vorm van gastvrijheid, door het gebod van de liefde toe te passen, dan zal deze identiteit er geheel op neerkomen dat men zijn gasten aanhoort en hen aan het woord laat.?
Hoi Hubert,
Begrijp ik het goed dat je vind dat mijn artikel niet ver genoeg gaat en dat je het nodig vindt om aan te vullen en te versterken met een oproep aan Nederlanse christenen om gastvrij te zijn naar de (allochtone) vreemdeling?
Dat heb je bij deze dan gedaan.
Je oproep ligt zeker in de lijn van mijn artikel en vind ik een waardevolle aanvulling, maar je concretisering is gelijk ook weer een beperking tot 1 groep. Vanavond in mijn tv-programma op Ned 2 (zie hoedoejijdat.nu) zie je dat er een kloof is tussen de kerk en Jan. Zelfs een kerk die zeer gastvrij is en zeer actief. Jan is hierin geen vreemdeling waar jij op doelt, Jan is \"gewoon\" autochtoon (sorry voor dit woord). Mijn kritiek richt zich vooral tegen mijzelf en andere christenen die tekort schieten in de liefde, wanneer ze in het onderlinge contact hun bijzaken zodanig accentueren dat anderen worden afgestoten. De liefde die in onze hart is uitgestort stopt dan in de uitwerking naar de ander we komen niet tot verbinding.
Ik maak er nog geen politiek verhaal van. Ik probeer bij mijn ervaring te blijven en richt me tot alle mensen die zich daarin kunnen herkennen. Het gaat me hierbij om een persoonlijke houding van mezelf en de lezer waarin gastvrijheid voor elke naaste wordt ingevuld vanuit de liefde van Christus die ik tegenkom in mijn persoonlijke omgang met Hem.
Jouw toepassing past daar ook in, maar ook toepassingen op \'autochtone subculturen\' en zelfs ook tussen christelijke subculturen. De liefde verzwakt de bijzaken tussen ons oecumenisch en missionair. Missionair kan dit betekenen dat je gastvrij bent naar mensen en je naast de ander komt. Vattimo noemt dit secularisren, zoals God zich in Jezus heeft geseculariseerd. De menswording van God. Paulus past dit toe in zijn houding als hij \"de Jood een Jood\" wordt en \"de Griek een Griek\".
En daarom mijn bijval bij je oproep. Onze \"vreemde Nederlander\" eerst als medemens benaderen, kan alleen als we ook bij ons eigen menszijn stil kunnen blijven staan vanuit de liefde van Jezus.
Volgens mij is roepen dat er meer gastvrijheid moet komen niet voldoende en ben ik voor een concrete weg van de liefde. En dat is geen dooddoener en zeker ook geen gemakkelijke weg. Ik kom het tegen zodra ik mijn medemens ontmoet, heel dichtbij. En dan kom ik mijn eigen angsten en barierres tegen. Deze mag ik onder ogen zien en delen met God en mijn naaste.
De groei in liefde is voor mij de concrete oplossing voor mezelf en ik hoop ook voor de lezer. De liefde drijft alle vrees uit. De vrees die ook vaak de bron is van vreemdelingenhaat. Dat is het hart van mijn artikel. Een pleidooi om liefde te verdiepen vanuit je relatie met Jezus en deze concreet vorm te geven door dicht bij de ander te komen en je ook te laten benaderen door de ander. En dat begint voor mij dicht bij huis mijn gezin, mijn buurman in de straat, de collega\'s op mijn werk en mijn geloofsgenoten hier en daar.
En ik denk dat deze liefde ook de remedie is voor een politieke visie. Alleen is dit complexer omdat liefde zich niet laat dwingen in de publieke ruimte. Vooral niet als het gif van angst is gezaaid door geweldadige gebeurtenissen en angstzaaiende kreten die daarop volgen. Maar af en toe roepen dat we gastvrij moeten zijn, kan geen kwaad. Dus bedankt voor je aanvulling. Zeer waardevol!
Het ga je goed Hubert en zegen in je roeping?
Mooi om te lezen dat je passie hebt om deze mensen lief te hebben. Deze liefde komt van God en dat is mooi om te zien.
vriendelijke groet,
Ronald
Hallo Ron,
De boodschap van de Bijbel is duidelijk en aan wil zal het niet ontbreken.
Het punt wat ik wil maken is dat de problematiek welke de auteur aansnijdt groter is dan de acceptatie van anders denkende in de kerk van Jezus. Ik wil het vizier graag richten op de maatschappelijke problematiek, waarin ik een voordurende stigmatisering waarneem van mensen met een andere huidskleur of overtuiging. Vandaar mijn vraag hoe dicht willen wij bij onze naaste komen? Wie is onze naaste? Zijn wij een Christelijke natie?
Het feit dat jij het etiket ?allochtoon? gebruikt geeft aan dat jouw vrienden anders zijn. Waarom kunnen het niet gewoon vrienden zijn? Waarom altijd het onderscheid blijven maken?
Ik onderschrijf jou statement: ?Wij zijn allen gelijk en dat zullen we moeten uitstalen?.
Gods zegen,
Hubert
Hallo Hubert,
hoe dicht willen wij bij onze naaste komen?
Wat staat in Johannes 3:16? Het oude testament gaat over het volk van God, het volk Israel, de Jood en is ook het verbond tussen God en Jood. Maar dankzij de komst van de Here Jezus is de redding ook uitgebreid naar de heidenen. Wij dus. Hier wordt geen verschil gemaakt in afkomst of huidskleur. Petrus werd dit door God zelf duidelijk gemaakt. En Paulus heeft er zelfs zijn bediening van gemaakt door de heidenen het evangelie te verkondigen. Zie ook Handelingen 8:26-40 de bekering van een Ethiopiër.
Veel van mijn vrienden zijn, als ik dat etiket mag gebruiken, allochtonen. En velen van hen zijn ook niet of nog niet bekeerd. Maar allen zijn mensen en allen zijn geschapen door en voor onze Heer. En zij zijn onze naasten en wij allen zijn een deel van de samenleving. God heeft ons geroepen om een verschil te maken een licht te zijn in een duistere wereld. In onze omgeving, bij onze vrienden, familie, maar ook in onze kerk. Wij zijn allen gelijk en dat zullen we moeten uitstralen. Onze blik zullen wij hierbij op Christus gericht moeten houden en niet op de wereld. Ons denken moet vernieuwd zijn in Christus, zoals Paulus ons ook oproept.
Laat Zijn licht schijnen door jou schijnen.
Groetjes, Ron een broeder in Christus
Hoe dicht willen wij bij onze naaste komen? Ik kan het niet laten om de aandacht te richten op de vreemdelingen problematiek in het kader van dit artikel.
Een probleem is dat een Nederlandse allochtoon nooit een Nederlandse autochtoon zal worden. De samenleving houdt krampachtig vast aan dit verschil. Waarop is dit verschil gebaseerd? Huidskleur? Is het koningshuis Nederlands allochtoon of Nederlands autochtoon? Toch wordt het koningshuis ook wel genoemd ?de ziel van Nederland?.
Het punt is dat de Nederlandse bevolking integratie niet toestaat door altijd maar weer te wijzen op ?het? verschil. Van wie is dit land eigenlijk? Is het land niet van God? Hebben wij Christelijke Nederlanders niet de opdracht gastvrij te zijn tegenover de ?vreemdeling?? Ik merk er weinig van. De Nederlandse autochtoon is bang voor Islamisering en de Nederlandse allochtoon is bang voor onderdrukking. Een en ander wordt voortdurend opgeklopt door een handje vol mensen via de media. Eng hoor.
Laten we eens kijken naar Suriname. Daar leven blanke en zwarte mensen samen, daar leven de Islamieten en de Christenen en de Hindoes en de Boeddhisten samen. Het kan dus wel maar willen we ook echt dicht bij onze naaste komen?
met ouderschap bedoel ik natuurlijk ouderlingschap =)
Goed te horen dat je blij bent met mn artikeltje, Ron. En ook mooi dat je een voorbeeld uit je eigen leven geeft waarin ik mij kan herkennen. Hoe dicht willen we bij onze naaste komen? Mooi dat je laat zien dat je ouderschap voor jou even een bijzaak was, zodat je dicht bij je naaste te komen. Dank je voor je voorbeeld.
vriendelijke groet, Ronald
Ik ben heel blij met dit artikel. Jezus roept ons op om naast de ander te gaan staan. Hij roept ons om te dienen. En Hem waarlijk dienen wil zeggen je naaste te dienen.
Pas wanneer jij je zwakheid laat zien durft de ander zich voorzichtig te openen.
Ik ben zelf oudste of ouderling in een evangelische gemeente in Maastricht. en gisteren nog vroeg iemand aan mij; " Wat is jouw functie eigenlijk?" Hij bedoelde in de kerk. Maar ik gaf hem tot antwoord; "Ik, ik ben slager."
Hij keek me verbaasd aan en zei; "Dus jij werkt ook?" en de opening voor een gelijkwaardig dialoog was gelegd.
Ik was niets meer dan hij en ik voel mij gelukkig ook niets meer dan wie dan ook. Als mijn Heer met de uitgestotenen, de melaatsen, van Zijn volk sprak en hun genas, wie ben ik dan dat ik mij boven wie dan ook zou verheffen. De dienaar is nooit meer dan zijn meester.