De kriebels
H
oe komt het dat christenen – als ze tenminste écht gaan leven – vanzelf de kriebels krijgen en niet meer in hun bed kunnen blijven? Alan Hirsch noemt in zijn boek The Forgotten Ways: Reactivating the Missional Church twee levende bewijzen dat het echt zo is.
Het ene is het voorbeeld van de vroege christenen, en het tweede is te vinden bij de christenen in China achter het Bamboegordijn.
Van de eerste christenen tot aan het Concilie van Nicea, toen Constantijn in zijn rijk aan alle christenen godsdienstvrijheid verleende, is het christendom door een periode van mindere of meerdere verdrukking gegaan. Men schat dat er rond 100 n.Chr. zo’n vijfentwintigduizend christenen geweest moeten zijn. Het moeten er omstreeks 310 ongeveer twintig miljoen geweest zijn! Hoe hebben ze deze wonderlijke vermenigvuldiging ondergaan?
Toen Mao aan de macht kwam in de Volksrepubliek China en de christenen dwong het land te verlaten of zich bij de Driezelfkerken aan te sluiten, waren er vermoedelijk twee miljoen aanhangers van het christendom. Op het moment dat de gesloten deuren weer langzaam werden geopend, bleek dat het er zestig tot tachtig miljoen waren! Hoe kan dat?
Hirsch heeft een simpel antwoord, dat hij mDNA noemt, het missionale (zendings-)DNA van christenen, persoonlijk en gemeenschappelijk. Het zit ’m in de genen, als we die beeldspraak overnemen. Je kunt het ook bijbels zeggen: het lééft in het van Boven komende leven, dat door de wedergeboorte in mensen begint te bewegen.