A
ls niets je meer raakt, mis je alles.’
‘Zonder dat we het doorhebben, worden we steeds asocialer.’
‘Wees verschillig.’
Dit soort leuzen met een morele strekking duiken de laatste tijd overal op en ik voel me erdoor aangesproken. Is het waar dat we steeds meer afgestompt raken? Je hebt natuurlijk de traditionele ver-van-mijn-bedthema’s, grofweg de onderwerpen die de buitenlandpagina’s van de krant vullen. Goed, misschien verwacht niemand dat ik daar dag in dag uit ondersteboven van ben. Maar hoe zit het met de kleine problemen van dichtbij, zoals die alleenstaande moeder met opgroeiende kinderen, die ik steeds op het schoolplein tegenkom? Tja, hoe zít het daarmee? Ik weet het eigenlijk niet. Omdat ik, nu ik dit stukje schrijf, pas voor de allereerste keer over haar situatie nadenk.
En kijk, een innerlijke dialoog komt op gang. Zegt het duiveltje (met drietand): ‘Ja maar wat wil je. Je bent als mens beperkt. Je kunt jezelf niet verantwoordelijk houden voor alle nood om je heen.’
Zegt het engeltje (met aureool): ‘Wat een smoes. De volgende keer dat je haar ziet, spreek je haar aan. Misschien kun je haar wel helpen.’
Het duiveltje (prikt me nu): ‘Je hebt je nog nooit een seconde om haar lot bekommerd en nu moet je haar zo nodig redden? Schijnheilig, hoor. Kom, je kinderen wachten op je.’
Het engeltje (nu handenwringend): ‘Het gaat er toch helemaal niet om dat je medelijden voelt.