Je bent op allerlei manieren bezig geweest met pelgrimage. Kun je ons vertellen wat pelgrimage is?
P
elgrimage betekent voor mij op tocht zijn. De bestemming is daarbij belangrijk, maar ook het onderweg zijn. Daarbij zijn het voor mij de ontmoetingen onderweg die me boeien. Maar er zijn ook gevaren aan pelgrimage.
Zo zie ik niets in pelgrimage buiten je levenssituatie. Als het in je leven past, kan het goed zijn om een tocht naar Santiago te maken, maar het kan ook een vlucht zijn. Als je wegloopt voor datgene wat zich in je leven aandient, dan zie ik dat niet als een pelgrimage. Er zijn geen algemene regels te geven.
Als illustratie wil ik een chassidisch verhaal vertellen van Martin Buber over de rabbi die in zijn droom een opdracht krijgt om een schat te zoeken in Praag onder een brug. Als hij daar na een lange reis aankomt, vindt hij geen schat en hoort hij ter plaatse dat hij de schat thuis moet zoeken. Daar vindt hij de schat onder zijn eigen bed. En met het geld van de schat bouwt hij zijn gebedshuis.
Wat is pelgrimage voor jou?
Mijn pelgrimage heeft alles te maken met mijn moeder die nu ouder wordt en ziek is geworden. Zij zit nu in een rusthuis en ik probeer haar om de dag te bezoeken. De gang naar dit rusthuis is voor mij echt een pelgrimage, want ik weet nooit wat er gebeurt als ik daar ben. De wensen van mijn moeder zijn elke dag weer anders. Ik laat mijn voorstellingen los en stap op het onbekende af. Het is voor mij een beschikbaar zijn en alles in dit perspectief te zien. In het begin vond ik dit zeer moeilijk, maar het contact met mijn moeder is voor mij nu heel belangrijk geworden.
Hoe heb je als kind je geloof ervaren?
Als kind ervoer ik God in de kerk. De wereld was voor mij best bedreigend, maar in de kerk vond ik rust en veiligheid. Daarbij was ik erg onder de indruk van het gelaat van Christus. Later ben ik dit ook persoonlijk gaan leren in mijn leven. Deze weg ging wel door de duisternis naar het licht. Pas na deze ervaring zijn de mooie dingen begonnen die ik voor De Wandeling en Braambos mocht doen.
Wat was dan je duistere periode?
Toen ik achttien jaar was, is er zand over deze beleving uit mijn kindertijd gekomen. Ik ging studeren in Leuven. Maar ik richtte me ook meer op materiële zaken en uiterlijkheden. Ik werd onverschillig voor alles waar ik als kind mee bezig was.
Hierbij denk ik aan een tekst uit Lucas over de edelman die een koninkrijk voor zichzelf wilde zoeken. Dat gebeurde ook met mij. Mijn geloofskern is nooit weggeweest, maar wel bedolven onder ‘zand’. Toen ik een keer in Taizé was, voelde ik de leegte in mij. De paasicoon verbeeldt
'Elke dag moet ik bereid zijn om te sterven en mijn ziel in een constante staat van genade te bewaren.'
voor mij dat Jezus de deuren van de hel openmaakt. Daarin beleef ik ook dat Jezus bij mij de deur openmaakt en mij bevrijdt. Zodat ik mijn beeld van God mag laten zien. Dat is voor mij ook de pelgrimsweg. Een proces van meer loslaten zodat het beeld van God tevoorschijn komt. Deze pelgrimage begint al als kind.
Wat heb jij moeten loslaten?
Bij mij betekende dat later ook dat ik mijn goede positie als docent aan een school moest opofferen voor een bestaan zonder zekerheid. Dit vond ik zeer moeilijk om te doen, maar daarin werd ik geholpen door een uitspraak van de dominicaanse priester Oshida: ‘Hij weet het wel.’ Het besef dat God alles weet, heeft mij geholpen om alles los te laten. Daarin merkte ik dat ik meer tot mijn bestemming kwam. Ik wil iets doorgeven aan de mensen. De belangrijke mensen die ik spreek, kunnen via mij spreken tot een breder publiek. Dit ervaar ik ook in mijn interviews voor mijn boeken en voor mijn televisieprogramma’s.
Waaraan kunnen wij zien dat je een pelgrim bent?
Eigenlijk mag ik daar niet open over praten. Jezus zegt immers dat je dergelijke dingen als gebed in je binnenkamer moet doen. Mijn intentie is hierin heel belangrijk. Ik moet het ego loslaten. Daar komt het op aan. Dit ervaar ik als ik mijn moeder opzoek. Dan lever ik mijn ego in. Ik kan dan bepaalde dingen die ik ook belangrijk vind, niet meer doen.
In je interviews ben je dus de spreekbuis geweest van bijzondere pelgrims. Wat heeft jou daarin het meest aangesproken?
Heel veel heeft mij aangesproken, maar ik ben erg onder de indruk van de president van Ierland, Mary McAleese. Zij maakte mee dat haar broer werd mishandeld door protestanten. Uit wraak wilde ze zich bij de IRA aansluiten. Haar ouders riepen dat ze haar daarvoor niet aan de wereld hebben gegeven. ‘Als jij vanavond wraak neemt, zal er een familie evenzeer lijden als wij nu.’ Hierdoor kon ze aan de wraak die ze voor ogen had verzaken. ‘Elke dag moet ik bereid zijn om te sterven en mijn ziel in een constante staat van genade te bewaren.’ Dit was het motto op haar pelgrimage.
Je bent de hele wereld over gereisd en je hebt gesproken met christenen die in die diverse culturen leefden. Wat heeft het je gebracht voor je eigen pelgrimstocht?
Deze gesprekken hebben er ook toe geleid dat ik dingen in de Bijbel anders of mooier ben gaan zien. Hoe meer ik door deze interviews andere religies leerde kennen, hoe meer ik de Christusfiguur heb leren appreciëren.
Voor mijzelf beleef ik mijn stukje van de waarheid in het christelijke verhaal. Het is voor mij speciaal omdat er op een andere manier over lijden wordt gesproken. In het
Door mee te lopen met de mensen kan ik doorgeven wat ik daarvan meeneem. Ik merk dat dit voor mij de hoofdweg is.
oosten leren ze meer dat ze zich van lijden moeten onthouden, terugtrekken. Maar in het christendom gaat de weg meer erdoorheen. Op die manier kunnen we caritas (liefde) in de wereld brengen. Daarom zeiden ze in Japan ook tegen mij: hier komen we caritas te kort, maar jullie missen weer de inkeer. Dat werd ook duidelijk in mijn gesprekken met Oshida. Van hem heb ik geleerd dat Christus universeel is en bij elke religie kan aansluiten. Hij is overstijgend. Daarom groeit de kerk in Japan ook enorm. Dit wordt niet opgelegd van bovenaf, maar groeit van onderuit.
Waarom is er dan nog zoveel vervolging?
Overal waar een autoritair regime is met één leider, is Christus bedreigend. Dit zag je ook al in de vroege kerk. Met Christus krijg je een diepere band dan met een autoritaire leider. En dat is bedreigend voor het systeem.
Ben je meer geïnteresseerd in de pelgrimstocht van de ander?
Ja, dat is mijn natuur. Ik geef dingen door van de ander. Dat hoort bij mijn opdracht als mens. Door mee te lopen met de mensen kan ik doorgeven wat ik daarvan meeneem. Ik merk dat dit voor mij de hoofdweg is. Voorheen zat ik meer op zijwegen.
Toen ik een keer van de weg af was gedwaald, had ik een gebed bij me van Thomas Merton: ‘Ik vertrouw erop dat Gij mij altijd terugleidt naar de juiste weg, ook al weet ik er zelf niets van dat ik ben afgedwaald.’ En dat is toen gebeurd.
Wat helpt je om onderweg je opdracht uit te voeren?
De bijbelse parabel van de talenten is mij daarin heel dierbaar. Voor mij zijn het mijn talen die ik spreek. Zo kan ik de interviews in vijf talen doen. Dat is mijn gave op mijn pelgrimsweg.
Maar vooral Gerard – mijn man – heeft mij op deze hoofdweg gestimuleerd. Hij leefde zelf zo. Hij heeft mij ook nooit gezegd wat ik moest doen, maar hij heeft het voorgeleefd. Door zijn kennis leer ik veel. Ook zijn wereld boeide mij. In onze ontmoeting was het voor mij alsof er twee gescheiden delen samenkwamen. We hebben beiden het gevoel dat het zo is geregisseerd. Ik ben gaan beleven wat ik in een van mijn favoriete interviews hoorde van de katholieke pelgrim Raimon Pannikar: ‘Het huwelijk wordt in de hemel gesloten en op aarde gevierd.’
Wat is er aan het eind van je pelgrimsweg?
Uiteindelijk zullen we ons lichaam achterlaten en... breken we door naar het licht. Dan gaan we naar het licht. Dat heeft zeker te maken met Christus, maar Hij geeft zoveel licht dat we het niet kunnen verdragen. In de Bijbel lees je bijvoorbeeld hoe Mozes op de berg onder de indruk was, maar ook hoe Johannes in Openbaring onder de indruk raakte van Gods aanwezigheid.
Q