De verkeerde en de goede streep
H
et wordt Pinksteren! Het feest van de Geest, waarin wij ons onbelemmerd en onbevangen mogen laten verrassen door wat God allemaal voor ons heeft. Eerlijk gezegd ben ik lange jaren van mijn leven bevangen geweest door wat men wel de ‘streep’-theologie noemt. Theologisch is dat het zogenaamde cessationisme, de leer dat de tekenen en wonderen zijn opgehouden na het vroege christendom; praktisch gesproken komt het neer op een wantrouwen van heel veel wat van de Geest tot ons lijkt te komen. Dat is een fundamentele misvatting: je mag je juist overgeven aan de grenzeloze rijkdom die God voor je heeft. Onbevangen plonzen in Gods rivier, zoals Ezechiël deed in de tempelbeek – een zinspeling van Jezus Zelf uit Johannes 7:39.
Wat mij betreft hoop ik nooit weer terug te keren achter deze streep. Er is evenwel een andere ‘lijn’ die juist heel goed in acht genomen moet worden, als we ‘regelrecht de waarheid [van God] willen verkondigen’, zoals Timotheüs te horen kreeg van Paulus (2 Timotheüs 2:15). Die streep moet getrokken worden door het Woord van God – en dat zal bijna niemand ontkennen, maar het is een moeilijke uitdaging. Het is niet een beetje het midden opzoeken, een beetje van het Woord en een beetje van de Geest; nee, de uitdaging is: het volle gezag van het Woord, en de volle kracht van de Geest tot gelding te laten komen. Onbevangen ontvangen van God – maar
niet je gedachtenloos overgeven aan alles wat wie dan ook maar te brengen heeft. Geloof in God, maar niet geloof in je geloof.
De extase in de Geest, de reflectie in het Woord – daar zit best wel heel wat spanning in.
Extase voor God, reflectie voor mensen
‘Zijn we in extase, dan is het voor God; zijn we bij zinnen, dan is het voor u’ – deze woorden van de apostel Paulus in 2 Korinthiërs 5:13 zijn principieel de sleutel. Stacey Campbell zegt in haar boek
Ecstatic Prophecy (128) dat drie dingen nodig zijn: bijbelse leer (orthodoxie), bijbels gedrag (orthopraxie), en – in verband met het onderwerp van haar boek, profetie - bijbelse inhouden (orthocommunicatie). Dat is helemaal waar, maar temidden van de vele bewegingen van de Geest én van het vlees blijkt, als wij de Schrift willen raadplegen, er niet zo’n simpele systematiek in te zitten. Tijdens de opwekking destijds in Toronto liepen er voorgangers met concordanties door de zaal, om de verschijnselen te kunnen thuisbrengen, maar zo’n bewijsteksten-methode is wel een erg oppervlakkige toetsing; een zondagsschool of een orgel vindt je op die manier ook niet terug.
Een van de ernstigste problemen lijkt me te zijn dat de extase (van de Geest of van het vlees, daarin kun je je óók nog behoorlijk vergissen) gebruikt wordt als een instrument om in te werken op mensen.
De Geest en de ‘zalving’
De uitdrukking die in zwang is om extase als communicatiemiddel naar mensen te gebruiken is ‘zalving’ (Engels:
unction). Bedoeld is de uitstraling van Gods glorie, de diepe indruk van zijn aanwezigheid. Daardoor moeten de aanwezigen worden ‘geraakt’ en dat gebeurt (als ik het goed zie) op drie manieren. Alle drie kunnen heel goed zijn, maar ook heel slecht worden.
(1) Wat de tijd betreft:
momentaan – dat wil zeggen dat het op dit moment moet gebeuren, nu, niet volgende week of volgend jaar. Geloof in de actuele, directe werkzaamheid van God is het parool. Geduld of volharding wordt zelden geleerd, en dat is juist waar we met z’n allen gemakkelijk de fout in kunnen gaan.
(2) Wat de
bewustzijnstoestand van de mensen betreft: extatisch – vol diepe vreugde in God, waarin wij elkaar stimuleren en enthousiasmeren. Uitbundige lofprijzing en aanbidding voor God is een hoogtepunt van de uitwerking van de Geest. Maar als we daar een dolle boel van maken, zonder ook te letten op andere gemoedstoestanden die de Geest wil werken (stilheid, vertrouwen, verootmoediging, enzovoorts), raken we maar al te gauw de koers kwijt. Mensen denken dat ze niets ontvangen hebben omdat ze niet de juiste merktekenen ervaren.
(3) Wat de
bediening betreft: een ‘toeleidende’ dienst van een leraar, voorganger, aanbiddingsleider is van groot belang: je mag als bedienaar van Gods heerlijkheid de mensen liefdevol en bemoedigend dieper inleiden in de tegenwoordigheid van de Eeuwige. Maar wat ligt manipulatie dan al heel gauw op de loer! Mag je eigenlijk wel echt jezélf zijn? En wie helpt je ná zo’n extase weer op de grond te landen – want je moet wél naar huis, waar bijvoorbeeld een ellendige gezins-situatie wacht...
Denken aan de mensen
De doop van de Geest voegt ons samen tot één lichaam, het Lichaam van Christus. Dat weet iedereen uit 1 Korinthiërs 12:13. Ooit over nagedacht hoe concreet dat lichaam is? Tastbaar, met handen en voeten, aanraakbaar, actief, bewegend. Christus concreet in ons belichaamd, dát is de werking van de Geest.
Wij lopen het risico van een soort dualisme: heel veel aandacht wat aan de geestelijke ‘bovenkant’ gebeurt (genade, goddelijke krachten, hemelse extase), en weinig of geen aandacht voor wat er ‘aan de onderkant’ gebeurt. Er zijn genezingen, maar ook niet-genezingen. Er zijn jubelende christenen, maar ook mensen die diep in de depressie zitten. Er vindt ‘ministry’ plaats voor velen, maar veel anderen kunnen hun verhaal aan niemand kwijt. De bovenkant (vreugde en heerlijkheid) en de onderkant (lijden en pijn) zullen altijd tegelijk aanwezig blijven. Beide verdienen onze volle aandacht en waardering, zoals Ajith Fernando (dit jaar hoofdspreker op Opwekking) zegt in zijn nieuwste boek
Vreugde vermengd met pijn. Het één mag echt niet tegen het ander worden weggestreept. Paulus verheugde zich dat hij in zijn eigen lichaam mocht aanvullen wat er nog aan Christus’ lijden ontbrak ten behoeve van zijn lichaam, de Kerk (Kolossenzen 1:24); hij wilde delen in Christus lijden (Filippenzen 3:10). Het gebrek aan aandacht voor blijvende en echte pijn is, vermoed ik, één van de redenen waarom velen ‘ooit evangelisch’ zijn geworden.
Extase én reflectie
Extase mag niet zonder reflectie bestaan; zekerheid kan alleen maar dankzij denkende twijfel blijven bestaan. Het voordeel van de geloofszekerheid is: een stevige grondslag voor jubelende blijdschap. Het voordeel van de twijfel is niet de donkere put van een negatieve kritiek, maar een heldere kritische reflectie op de dingen. De Geest kan wel een stootje hebben: ‘Veracht de profetieën niet [...] onderzoekt alles’ (1 Thessalonicencen 5:20). ‘Vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt’ (1 Johannes 4:1).
Reflectie mag niet zonder extase bestaan. Kritisch nadenken alléén leidt tot een ‘christelijke’ knorrigheid waarbij wijzelf het laatste criterium zijn en er verder niks meer deugt. Ontspannen, onbevangen vreugde stelt ons juist in staat met Pinksteren niet alleen aanbiddend de grote daden Gods te verkondigen, maar ook (net als Petrus) nuchter om negen uur ’s morgens uit te leggen wat er aan de hand is.
Dit is een deel van een langer artikel, waarvan de complete versie hieronder te lezen is.
De verschijnselen en de mens
Als er op de Pinksterdag rumoer ontstaat over de tongen als van vuur, de klanktaal, de extase (‘zij hebben teveel zoete wijn gehad’), staat Petrus op en richt zich tot de mensen. Ze worden door zijn toespraak diep getroffen.
Het Woord richt zich niet op de fenomenen, maar tot óns, tot mensenharten. Wij zouden ons de ferme woorden van wijlen professor A.A. van Ruler te binnen moeten brengen dat de Schrift geen woord theologie bevat. Daarom is het weliswaar nuttig om te zoeken naar een bijbelse categorisering van geestesuitingen, maar tegelijk moeten we bedenken: alles wat wijzelf daarin willen onderscheiden, is mensenwerk.
Belangrijker is dat de Bijbel deze insteek niet kiest. Zijn geestesuitingen als lachen in de Geest, vallen in de Geest, brullen in de Geest, slapen in de Geest, legitiem? Het antwoord is dat je daar (vrijwel) niets over kunt zeggen, omdat de Schrift zich over zulke fenomenen niet druk lijkt te willen maken. Dat houdt niet in dat ze veroordeeld worden, maar evenmin dat ze vanzelfsprekend goedgekeurd worden.
Gaat het misschien in de Schrift dan wel om de bron van de verschijnselen? Zegt het Woord iets over de demonische, wereldse, psychische of hemelse oorsprong van wat er allemaal door mensen heen blijkt te gaan? Je zou zeggen van wel. Is de geestelijke of vleselijke toestand van mensenharten door wie dat alles heen gaat van belang? Dat kan nauwelijks worden ontkend (bijvoorbeeld 1 Korinthiërs 2:6-3:3; Galaten 5:16vv.; Jakobus 3:15). Het helpt ons evenwel nauwelijks als we daarvoor geen ‘harde’ criteria hebben, want dan kunnen we nóg niet scherp oordelen over de geestesuitingen van anderen. En dat nog helemaal afgezien van het feit dat er allemaal nuances bestaan van menselijke psychologische factoren.
De werkelijkheid is dat het Woord ons tot het maken van deze verfijnde onderscheidingen helemaal niet aanmoedigt. God spreekt niet
over dingen, maar
tot mensen. Hij daagt ons in 1 Korinthiërs 12 tot 14 uit als criteria te nemen wat de
uitwerking is van de geestesgaven. Zijn ze tot eer van de Heer? Bouwen ze de gelovigen op? En die beiden komen samen neer op het grote goddelijke criterium van de liefde tot God en de liefde tot de ander. Het hoogste lied van het Nieuwe Testament, 1 Korinthe 13, staat daarom zorgvuldig gepland midden tussen de verhandelingen over de gaven en de uitoefening daarvan.
Streeft dan naar de meest indrukwekkende fenomenen...
Het moet blijkbaar helemaal niet ons streven zijn om de meest indrukwekkende verschijnselen van Gods kracht te manifesten. God wijst ons een weg die veel verder omhoog voert.
Laten we als voorbeeld één van de verschijnselen nemen die niet zelden gekoppeld is aan extase, en door sommigen ook zeer wordt gepropageerd: de heftige lichameljke beweging, misschien wel de letterlijk schokkende uitwerking van een bediening op mensen: vallen, trillen, bewusteloosheid zelfs.
Er zijn genoeg voorbeelden van in de Bijbel. Als profeten het Woord van de Heer hoorden, werden ze ‘bewogen’, ze beefden (Jeremia 23:9; Habakuk 3:16), vielen als dood neer (Openbaring 1:17) of werden op een andere manier overweldigd. De genoemde bijbelplaatsen zijn met vele te vermenigvuldigen, en daarmee lijkt de legitimatie ervan duidelijk. Maar even wat verder in de Bijbel bladerend zien we nog meer: demonen sidderen (Jakobus 2:19), de wachters bij het graf beefden (Mattheüs 28:4); de vermoedelijk onbekeerde Saul lag overweldigd op de grond (1 Samuel 10:11v.; 19:23v.). Dus: is alle uiterlijke manifestatie dan tóch weer fout? Nee, dat volgt er ook niet uit. De Geest kan de oorsprong zijn van sommige lichamelijke uitingen, het vlees (de natuurlijke mens, ons eigen ik) kan de bron zijn van andere uitingen. Soms induceert de omgeving bijna vanzelf een bepaald gedrag: ik zal wel niet de enige zijn die merkt dat klanktaal makkelijker over je tong komt als je erdoor omgeven wordt. Is het daarom fout? Is het daarom goed? Geen van beide conclusies zijn juist.
Niet alles wat beweegt is God
In een samenkomst gebeurt er van alles, en het is heerlijk om dingent te láten gebeuren. Stokstijf op de banken blijven zitten en luisteren is gelukkig niet meer de enige optie. Huilen mag. Lachen mag. Hardop bidden mag. Niks mis mee. Deze ontspannen onbevangenheid is verrukkelijk.
Alles mag, althans: er mag en kan veel méér. Maar dat betekent nog niet dat alles wat gebeurt ook in dezelfde mate van God is.
Met name de aanbiddingsleiders of voorgangers nemen hierin een plaats in die misschien wel gemakkelijk téveel gaat pretenderen. Dat komt ook door de combinatie van middellijkheid én onmiddellijkheid. De bedienaar ‘bemiddelt’ Gods aanwezigheid, maar stelt tegelijk (terecht) vast dat de openbaring van de goddelijke glorie aan God Zelf toebehoort. Maar als leider mag je dan nooit vergeten dat, terwijl je benadrukt dat Gods tegenwoordigheid
onmiddellijk is, je zélf de volle verantwoordelijkheid houdt voor wat je doet en waarin je de mensenmassa meeneemt. De volheid van de Geest kan, als we ons dat niet voldoende bewust zijn, makkelijk uitlopen uit de volheid van het vlees.
De ‘volheid van God’ (de uitdrukking staat in Efeze 3:19 in sommige vertalingen) is trouwens lang niet altijd aanwezig als dat beweerd wordt; veel van onze samenkomsten zijn, eerlijk gezegd, meer van hetzelfde, al wordt de hoogspanning opgevoerd...
De mens en het mensbeeld
Ten slotte nog een paar woorden om een punt aan te duiden dat veel meer aandacht verdient: een belangrijk deel van Paulus’ onderwijs in 1 Korinthiërs 12-14 (en in feite in
beide brieven aan de Korinthiërs), alsook in de eerste Brief van Johannes heeft als achtergrond een polemiek met de eerste verschijnselen van de gnostiek. Deze leer is door de eeuwen heen één van de ergste vijanden van het ware christendom geweest. Zowel in 1 Korinthe 12:1-3 als in 1 Johannes 4 wordt een zware klemtoon gelegd op Jezus als Degene die in het vlees is gekomen. De geïncarneerde Zoon van God is het centrum van de Godsopenbaring. Jezus in het vlees geopenbaard, niet alleen maar in schijn (wat het iets later opkomende docetisme beweerde) maar helemaal en volledig mens. En ook: het lichaam van Christus, wij als christenen, heel gewoon en concreet mensen op aarde.
Juist de belijdenis van Jezus is een machtig tegengif tegen de gevaarlijke virus van overgeestelijkheid, waar men in engelentalen meent te moeten spreken, maar de liefde niet heeft (1 Korinthiërs 13:1). De kernvraag van 1 Korinthe 12-14 is de vraag naar de geestelijke dingen (
ta pneumatika) en die vraag loopt uit in de vraag naar geestelijke mensen. De echte geestelijke mens is gevormd naar het model van Jezus, de Heer, die Zelf in zijn lichaam God verheerlijkt heeft en die ons vraagt in ons lichamelijke bestaan God groot te maken.
Daarom is het grootste wat tijdens een samenkomst kan gebeuren niet dat mensen omvallen en lachen en huilen en schreeuwen – dat mag allemaal, daar niet van. Maar het allergrootste is het allerkleinste. Als je naast iemand gaat zitten bij wie het verdriet van z’n gezicht is af te lezen, en je luistert naar z’n verhaal. Als je tijd neemt voor een ander, aandacht schenkt aan z’n problemen. Als je gewoon doet wat Jezus deed: zich vernederen, een handdoek nemen, de voeten van anderen wassen. Het is maar een voorbeeld, maar zó deed Hij het.
Q
@Hero, dat gedegen kennis van de Schrift van cruciaal belang is, ben ik volledig eens.Wat ik bedoel is dit, we hebben een zalving ontvangen van Hem,die ons leert over alle dingen....en dan gaat het hier over misleiding vs.26 van 1Joh.2 :27.
,Mijn schapen horen naar Mijn stem, zegt Jezus in Joh.
10 :27 de stem van de H.Geest, is de stem van de Goede Herder.
De stem van de H.Geest zal ons in de volle Waarheid van het Woord leiden.Als je lang met de Heer wandelt,heb je een zekere mate van onderscheiding ontvangen, tussen goed en kwaad naar Hebr.5 :14.
Dit is een van de zegeningen van het leven door het geloof waar ik erg blij om ben.Gods Geest getuigt met onze geest dat we kinderen van God zijn, maar Hij laat ons ook niet in het ongewisse over dingen waar OPENBARING voor nodig is,indien we er ernstig voor bidden....hoort Hij ons.
Roos
@Roos ... bij Ananias en Safira, lag de zaak zo! eenduidig, dat verdere toetsing : overbodig was -- trouwens, indien de HG deze aanpak tot standaard zou verheffen, dan zouden er nauwelijks nog christenen over`blijven ? -- dus bij wat meer gecompliceerde kwesties, is : deugdelijke toetsing een primaire voorwaarde bij de juiste waarheids`vinding -- immers, je mag nooit uitsluitend afgaan op een innerlijke stem, want altijd dien je de bijbel ernaast te leggen, ter toetsing ...!!
Hero, als Petrus in Hand.5 Ananias en later zijn vrouw
Saffira, aanspreekt over de leugen en het bedrog dat zij hebben gepleegd, dan doet Petrus dat door de OPENBARING
van de H.Geest en niet uit zichzelf. Daarom is er ook nu,
OPENBARING nodig anders verwildert het volk...
Daar mogen wij voor bidden er om vragen dat onze Heer
het gaat doen omdat het weer broodnodig is in deze tijd!!
Jezus weet wat er gebeurr in Zijn Gemeente Hij wandelt immers te midden van de kandelaren, de gemeenten en Zijn ogen zijn als een vuurvlam, Hij is het die harten en nieren doorzoekt Openb.2 :21.
Dit is een ernstige tijd waarin wij leven, wat vuil is wordt vuiler, maar wie heilig is worde nog meer geheiligd.Openb.22 :11.
Roos Hazelzet
@Roos ... sommige leugens, zijn helemaal NIET zo gemakkelijk te ontmaskeren -- zeker niet, wanneer hun die zulke leugens bedachten, een bepaald gezag hadden (bij de mensen) ? -- je dan behoorlijk *SCHERP* wezen, om te zien waar precies de fout zit ...!!
Hero, je timmert ook aan de weg...op CIP lees ik je reacties ook,klopt dat?
De naam van Jessie Pen Lewis, ken ik wel,het boek niet.
Maar ik geloof dat de Geest van God bij machte is allle leugens te ontmaskeren....uiteindelijk is onze Heer jezus
toch Overwinnaar en wij met hem! Roos.
Helaas !!... de pinksterbeweging, is niet alleen sterk afgeweken van de leer der apostelen, maar ook geestelijk verlamd, en wel ten gevolge van een obscuur boek : *de Oorlog tegen de Heiligen*, van Jessie Penn`Lewis -- samen met anderen, heeft deze schrijfster : een einde gemaakt aan de Opwekking van Wales -- plus, dat haar boek nog altijd doorwerkt als een dodelijk vergif, wat de pinksterbeweging verlamt ...!!
Een heel goed evenwichtig artikel.
Zelf kom ik in een pinkstergemeente, samen met mijn man.
Vanaf 1958 op het Malieveld middels broeder T.L.Osborn
tot geloof en wedergeboorte gekomen door Gods genade!
Er is veel van de eenvoud die er destijds was in de samenkomst verdwenen....
Door de tijd heen,vijftig jaren, hebben we 'veranderingen
meegemaakt die 'de mensen niet dichter bij Gods Woord
en in de Geest van het Woord hebben gebracht,helaas.
Ondanks de vele malen dat mijn man en ik daar in brieven op hebben gewezen in de Liefde van God.
Hoe de samenkomsten behoren te zijn bijvoorbeeld.
naar 1Kor 14 ; 26 ,Hoe moet het dan broeders/
TELKENS als je samenkomt, heeft er iemand iets?
Niet de ene man, maar als iemand een psalm, een lering,
een tong of een uitlegging of een openbaring heeft,ieder op zijn/haar beurt, alles tot stichting van de gemeente!!
Tot stichting van de ander en niet tot eer en glory van de mens zelf.
Aandacht voor elkaar zoals u schrijft,waar o waar is het?
Men kan lijden aan het LIchaam van Christus.
De hele Schrift zal in vervulling gaan, ook wat de Gemeente betreft en de manier van samenkomen.
Onze Heer staat hier garant voor, dat geloof ik.met heel mijn hart.
Veel zegen in uw werk.
Roos Hazelzet Zoetermeer
welles/nietes. einde discussie. bedankt.
Het is niet aan ons, om te bepalen of iets "riskant" zou wezen -- en al evenmin kan je iets "bijbels aantonen", als de bijbel zelf wat anders beweert -- het Woord is niet voldoende als je het laat verstoffen, het is slechts dan voldoende, wanneer je het volkomen serieus neemt, en je in jouw leven : dat woord *vlees* laat worden -- de tongen gaan nog altijd, de profetie spreekt weer op volle kracht, en er worden mannen toegerust tot een geestelijke taak in de nieuwe gemeente van straks ....
Eén van de gevolgen van cessationisme is de overtuiging dat de wonderen en gaven niet voor vandaag zijn. Cessationisme als zodanig zet strepen tussen tijden en is daarom uiterst nuttig. Overigens denk ik dat Bijbels heel goed aan te tonen is dat bepaalde geestesgaven niet voor elke plaats en voor alle tijden zijn, zeker als jegoed leest wie wanneer welke brief aan de Korinthiers heeft geschreven. Of ik in de eindtijd wel of niet zonder tongentaal, profetie of gaven van genezing kan hangt niet van mijn mening af. Ik ga er vooralsnog van uigt dat het Woord als zodanig voldoende is. Tongen zullen verstommen (zijn verstomd? ) Profetieën zullen ophouden (zijn opgehouden?), maar het Woord van God houdt eeuwig stand. Daar hoeft niks meer bij en/of af, sterker nog, dat wordt verboden in één van de laatste bijbelverzen. Ik zie dus cessationisme en dispensationalisme duidelijk in elkaars verlengde. Beide zijn in extreme vormen riskant, maar het ontbreken ervan is veel riskanter.
Oh, maar ""wat mij betreft"", is een prive`argument ? -- en trouwens, wie wat waar wanneer plus waarom aan wie heeft geschreven, staat doorgaans niet zo eenduidig vast -- wel is zeker, dat de gaven van de HG zijn gegeven aan de gelovigen, als geestelijk instrument, om zeer moeilijke (eind)tijden te doorstaan -- wie echter meent het zonder te kunnen, om wat voor REDEnen ook, die zal het dus niet redden ...!!
Veel te kort door de bocht Hero, "de STREEP-leer", gaat wat mij betreft alleen maar over wie schreef wat wanneer aan wie en waarom. Misschien geeft God zelf de argumenten wel? Waar zit je probleem?
Cessationisme oftewel de STREEP`leer -- wie daar goede argumenten voor kan bedenken, die weet het gewoon veel beter dan God ?
Er zijn overigens ook goede redenen voor het cessationisme. Ik houd wel van een streepje hier en daar. Je heb de witte bladzijde tussen het OT en het NT toch ook nog niet verwijderd hoop ik?
Ook toen vielen net als nu heftige reacties meer op. Er vindt geen enkele aanmoediging plaats, eerder regulering en beperking. Of het allemaal wel mag is niet zo aan de orde denk ik, álles mag, maar niet alles is nuttig. Daar waar het nutteloze tot nut wordt verheven verarmt het volk en verliest het God al snel uit het oog. Waarom zouden we ingaan op al deze dingen? Omdat sommigen het praktiseren en anderen het bekritiseren? Meestal is het omdat zij die het praktiseren het verheffen tot het "kenmerk van het ware" wat geestelijke onzin is maar dat hoef ik niet te bewijzen. Ik houd me er verre van. Voor mij is het genoeg dat ik het op deze manier nergens in de Schrift vind en het zelfs wordt afgeraden én me er een vreemde eend in de bijt voel én dat ik het Woord belangrijker vind dan een beetje omvallen. Als ik bij zinnen ben is het voor u. Mijn extase bewaar ik wel voor God. Mooie sleuteltekst trouwens.
Nog effe over dat TOETSEN van profetie : het is Jezus zelf, die daartoe een korte richtlijn aangeeft, van hoe dat behoort te gaan -- dat heb ik weer verwerkt in een voorbeeld -- zie >
http://www.kcv-net.nl/forum/viewtopic.php?t=210
NB > ook toen nog in het oude verbond, was niet het *uitkomen* van 'n profetie de belangrijkste norm, maar of het geprofeteerde : niet in strijd was met de al tevoren geschreven openbaring ....
Vanaf 1982, gebruikte ik een concordantie bij het toetsen, van hetzij een profetie, een leering, of zomaar een bewering -- later met de computer bijbel, ging dat stukken vlotter -- zelf, profeteerde ik toen al evenzo ... met wisselend succes -- niet dat ik fouten maakte, doch de tegen`reacties waren soms zeer heftig !! -- want in de regel staat men 'r niet voor open -- maar het grootste probleem blijft, dat men domweg niet weet hoe je toetst ? -- ik kijk altijd of er *iets* zit in een profetie, wat volkomen in strijd is met *iets* in de canonieke bijbel -- hoewel schijnbaar een fors karwei, valt dat in de praktijk echter reuze mee -- en soms lukt 't binnen de twaalf minuten ....