A
ls we nog een herinnering nodig hadden aan het feit dat het met de economie niet goed gaat: het US Census Bureau heeft er weer een afgegeven in april 2009. Slechts ruim 35 miljoen Amerikanen zijn verhuisd tussen maart 2007 en maart 2008, het laagste cijfer sinds 1962 van de verhuizingen binnen één jaar. Als je daarbij bedenkt dat er in de Verenigde Staten in het begin van de jaren zestig een 120 miljoen minder mensen woonden dan nu, begint het te dagen wat deze trend betekent.
Maar anders dan een kop in de
NY Times wil doen geloven, komt het niet van de recessie. De mobiliteit was al tientallen jaren aan het verminderen, alvorens ze haar laagste punt bereikte – 11,9% in 2008 – en dat kwam door verschillende factoren. Het aantal eigendomswoningen is sinds de Tweede Wereldoorlog toegenomen. In veel huishoudens hebben nu twee echtgenoten een baan, en dat betekent dat een verhuizing veel meer economische gevolgen met zich meebrengt. En terwijl de babyboomgeneratie ouder wordt, hebben ze minder snel de neiging zich in een andere stad te vestigen.
Andy Crouch en Nate Barksdale vroegen zich af wat de consequenties zouden zijn, zowel positief als negatief, van het feit dat we langer dan onze ouders op eenzelfde plaats blijven, en hún ouders nóg weer langer. Het maakt volgens hen zeker verschil of we het hebben over het platteland en de industriesteden dan wel over de grote steden aan de kust, waar nog veel beweging is.
Stephen Um is voorganger van de CityLife Presbyterian Church in de kuststad Boston, en hij sprak over het thema ‘uitdagingen in een mobiele maatschappij’, tijdens een conferentie in Chicago.