J
e bent opgegroeid met de gedachte dat God er is. God is er echt, en dat vind jij ook. De laatste jaren was Hij voor jou Iemand voor wiens troon je al je zorgen en problemen uitstalde; je poetste ze nog even goed op, zodat ze nog meer glommen, waarna je Hem fanatiek en vooral verwijtend vroeg waarom Hij dacht het recht te hebben jou te negeren. En daarna overschreeuwde je zijn antwoord.
Je bent opgegroeid met de gedachte dat God er is, en op de een of andere humoristische wijze viel je aan het begin van het jaar van je eigen voetstuk. Je vroeg verwijtend aan jezelf waarom je dacht het recht te hebben God te veroordelen. Hierna leerde je te luisteren naar zijn stem. Er komt een wonderlijk besef bij je binnen dat God een persoonlijke God is, en dat Hij een plan met jou heeft. Met jou, degene die Hij heeft geschapen om te lijken op Jezus en om een leven te leiden waarmee je meebouwt aan het Koninkrijk van God. Je ontdekt dat God een hand heeft die jou vasthoudt. De nieuwste ontdekking is geborgenheid, en het nieuwste doel wordt het vertrouwen op Gods goedheid. Je proeft voor het eerst van het recept ‘controleverlies’ en vindt dat het best lekker smaakt. Dit alles vindt plaats in Rotterdam. Die avond schrijf je: ‘Wat grappig dat het ruiken van wiet en het zien van een stukje van God zo in Rotterdam samen kunnen gaan.’
Dan begint de topsport, genaamd het christen-zijn. Lijken op Jezus, in dienst staan van zijn Koninkrijk? Halleluja! Je wilt de pas ontdekte, en ó zo mooie, liefde van God voor jou uitstralen en uitdragen naar álle mensen over héél de wereld! Nou, oké, beginnen met je omgeving.