1. Zorg voor een goede voorbereiding op het gesprek.
S
ommige gesprekken ontstaan gewoon. Wanneer je echter gepland hebt om een gesprek te hebben met iemand is het goed om je voor te bereiden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan eventuele vorige gesprekken, aan de dingen die je in die tussentijd opgevallen zijn en bedenk wat je graag ter sprake zou willen brengen. Bid daarbij voor jezelf en voor de ander.
2. Luister als eerste naar de inbreng van de ander. Stel vervolgens een van de volgende vragen aan de ander: Wat wil je? Wat doe je? Wat neem je waar? Wat ervaar je? Wat denk je?
Wanneer iemand zijn verhaal vertelt, is het goed om aan te sluiten bij de persoonlijkheid van de ander. De ene persoon zal het heerlijk vinden als je doorvraagt naar zijn gevoel, terwijl een ander het prettiger vindt om rationeel een en ander op een rijtje te zetten. Weer een ander zal gebaat zijn bij de vraag waar hij naartoe wil, terwijl de volgende eerst wil stilstaan bij het schetsen van zijn huidige situatie. Er hoeft geen vaste volgorde te zijn bij deze vragen, maar het is wel mooi als verschillende invalshoeken de revue passeren. De vragen zijn slechts een hulpmiddel. Het doel is uiteraard dat we geen antwoorden geven voordat we geluisterd hebben (Spreuken 18:13).
3. Stel deze vragen niet alleen aan de ander, maar stel ze ook aan jezelf.
De vragen die we aan de ander stellen, spelen bewust of onbewust ook een rol in de keuzes die we zelf maken. Je vraagt bijvoorbeeld niet alleen aan de ander om zijn situatie te omschrijven (Wat neem je waar?), maar je observeert zelf ook hoe de ander reageert op vragen. Je vraagt niet alleen aan de ander wat hij voelt, maar je registreert je eigen gevoel ook. Je bent je bewust van wat je raakt, wat je irriteert, etc. In sommige situaties zul je deze gevoelens voor jezelf houden, terwijl je een andere keer er juist voor kunt kiezen om ze wel te benoemen.
4. Houd rekening met de eigen SHAPE.
Rick Warren beschrijft in
Doelgericht Leven en
Doelgerichte Gemeente hoe God mensen vormt tot unieke persoonlijkheden. Iedereen wordt door God ingezet op de manier waarop God mensen hun vorm, hun
SHAPE geeft. Ieder ontvangt
Specifieke geestelijke gaven die bedoeld zijn om de ander op te bouwen. Daarbij heeft ieder zijn eigen onderwerpen, activiteiten en omstandigheden waardoor hij enthousiast wordt en waarbij zijn
Hart sneller gaat kloppen. De
Aanleg die God in ons heeft gelegd, bepaalt voor een deel de manier waarop we onze gesprekken vormgeven. Het temperament dat God in ons heeft gelegd werkt door in onze werkwijze. Daarbij heeft de
Persoonlijkheid1 invloed op de manier waarop specifieke gaven en talenten (aanleg) ingezet worden. Bij dit alles spelen
Ervaringen een grote rol. Deze ervaringen kunnen op allerlei terreinen liggen. In de omgang met onszelf, met God of de ander. Ervaringen op het gebied van opvoeding, opleiding, theologie, kerkkeuze, studiekeuze, werkervaring, gebedsverhoring, etc. Deze lijst kan steeds aangevuld worden. Al deze ervaringen (bemoedigend en teleurstellend) nemen we als bagage (of ballast) mee.
De SHAPE is geen statisch gegeven. Wat in aanleg aanwezig
Wat in aanleg aanwezig is, kan nog meer tot bloei komen en zwakke punten kunnen bijgeschaafd worden.
is, kan nog meer tot bloei komen en zwakke punten kunnen (voor een deel) bijgeschaafd worden. Doordat we nieuwe ervaringen opdoen, kunnen werkwijzen weer bijgesteld worden en kunnen ‘slapende’ talenten aan de oppervlakte komen. Het is goed wanneer we ons bewust zijn van onze SHAPE, zodat deze doelbewust ingezet kan worden. Ook behoedt het ons ervoor om gaven op anderen te projecteren, omdat we weten dat we ons eigen unieke ‘DNA’ bezitten.
5. Houd rekening met de SHAPE van de ander.
Hoe beter de verschillende elementen van de SHAPE op elkaar afgestemd zijn, hoe beter iemand zijn plek in kan nemen in de studie, de kerk en in de samenleving. Om iemand gericht naar zijn SHAPE te laten kijken is het handig om dit gewoon ter sprake te brengen. We mogen de ander wijzen op de slogan
Worden wie je bent.2 Dit heeft alles te maken met wat wij zijn in Christus, maar ook met Christus in ons (zie het artikel van Henk P. Medema). Om Christus in ons aan het werk te zien is het nodig om zelfkennis te ontwikkelen op alle aspecten van de SHAPE. Het is verhelderend én bemoedigend wanneer we tot ons door laten dringen dat God ons vormt op een manier die bij ons past. Dit helpt om een realistisch zelfbeeld te ontwikkelen en om ontspannen te genieten van Gods acceptatie omdat we mogen zijn wie we zijn.
6. Bedenk wat bij de structuur (temperament) hoort en wat bij de richting.
Het begrippenpaar
structuur en
richting uit de reformatorische wijsbegeerte kan zeer verhelderend werken wanneer we met mensen in gesprek zijn. De structuur is datgene wat bij ons temperament hoort. De vraag is steeds welke religieuze richting de mens opgaat met zijn geschapen structuur. Met andere woorden: richt de mens zich op God of wendt hij zich van God af?
Mensen zijn na de zondeval de verkeerde
richting opgegaan en zijn daardoor ‘spookrijders’ geworden. Het probleem zit bij een spookrijder niet in de
structuur van de auto, maar in de
richting waarin de auto rijdt. Wanneer iemand tot geloof komt, verandert zijn
structuur niet. Iemand die extravert is, blijft extravert, etc. Zijn mentaliteit verandert echter wel.
Het onderscheid tussen
structuur en
richting helpt ons om niet te snel conclusies te trekken over iemands psychische of geestelijke gezondheid. Want onderwerpen die in eerste instantie iets over de
richting lijken te zeggen, kunnen ook met de structuur te maken hebben en andersom. Een voorbeeld: iemand lijkt ‘geestelijker’ dan een ander doordat hij veel meer in de Bijbel leest. Dit hoeft nog niet zoveel te zeggen. Misschien is hij gewoon breed geïnteresseerd (
structuur), maar past hij niet toe wat hij leest (
richting).
7. Wees gericht op het hart van de ander. Maak de relatie met God bespreekbaar, zowel de uitwerking hiervan in het dagelijks leven als het transcendente contact met God.
Het contact met onszelf en met de ander staat niet los van de relatie die we met God hebben. Om die reden kunnen we in veel situaties de relatie met God bespreekbaar maken. Niet alles wat met deze relatie te maken heeft is zichtbaar (
richting). Naast mensenkennis is het daarom belangrijk dat we op het
hartWanneer we beiden het hart op God richten, kan een gesprek van hart tot hart ontstaan.
van God gericht zijn! Zonder inzicht van Gods Geest kunnen we iemand niet dichter bij God brengen. Wanneer we beiden het hart op God richten, kan een gesprek van
hart tot
hart ontstaan, waarbij ook aandacht aan het gebedsleven besteed wordt. Wanneer een
natuurlijk gesprek over dit contact met God ontstaat, kan het ook
natuurlijk zijn om samen te bidden.
8. Voor een gesprek van hart tot hart is zelfreflectie nodig om het eigen hart te kennen en om echt te blijven.
Net zoals je je bewust moet zijn van je eigen SHAPE, moet je je bewust zijn van je eigen hart. Het risico is anders aanwezig dat je jezelf volledig ‘tussen haakjes’ plaatst en enkel gericht bent op het hart van de ander. Zeker wanneer je deze gesprekken als professional voert, zou je anders op een beroepsmatige manier met geloven bezig zijn, terwijl het begeleiden van medemensen op psychisch en geestelijk gebied niet mogelijk is zonder de open lijn naar God. Blijf dus echt en transparant!
9. Betrek in gesprekken de praktijk, de persoon en de theorie.
Binnen supervisie is de drieslag
praktijk, persoon en theorie belangrijk. Bij de meeste gesprekken zal de
praktijk van iemand het uitgangspunt zijn om een gesprek aan te gaan. Deze ervaring zegt van alles over de
persoon (vgl. de SHAPE), maar het kan ook van alles zeggen over de
theorie die iemand aan het verwerken is. Dit kan bijvoorbeeld ook theorie zijn die recent aan de orde is gekomen bij catechisatie, de bijbelkring, een preek of een conferentie. Je kunt uiteraard ook zelf theorie inbrengen door een boek aan te reiken of samen te bespreken (zie bijvoorbeeld mijn boekrecensie van dr. H. Cloud op de website:
Vier stappen naar een sterke identiteit).
10. Bedenk dat niet ieder gesprek volgens een bepaalde structuur hoeft te verlopen. Wanneer je meerdere gesprekken met iemand hebt zullen er steeds meer facetten een plek krijgen.
Het zou eerder ontmoedigend dan stimulerend zijn als je het idee krijgt dat alle bovengenoemde onderwerpen in één gesprek gepropt moeten worden. Dat zou nogal geforceerd overkomen, terwijl het juist een
natuurlijk karakter mag hebben. Het is beter om sommige facetten goed te bespreken dan heel veel facetten slechts aan de oppervlakte aan te stippen. Uiteindelijk wil je wel graag dat een ander steeds meer zicht krijgt op wie God in hem is en wie hij mag zijn in Gods ogen. Dit inzicht zal hem helpen in het verder ontwikkelen van zijn omgang met God, zichzelf en de ander.
Noten
1. Voor verdere uitleg van deze begrippen volg ik LaHaye: Temperament + ervaring = karakter. Karakter + uiterlijke presentatie = persoonlijkheid. LaHaye beschrijft hoe de Heilige Geest invloed kan hebben op je temperament. LaHaye, T. 1971. Transformed temperaments. Wheaton: Tyndale House Publishers, en LaHaye, T. 1979. De Geest en ons temperament. Laren: Novapres.
2. Dit is de slogan die o.a. door de Evangelische Hogeschool gebruikt wordt. Zie www.eh.nl. Zie ook het
getuigenis elders op de website van Eliane Kaljouw waarin zij vertelt hoe ze steeds meer de mens geworden is zoals ze bedoeld is.
Q
DENKBODEM
1. Welke richtingwijzers pas je al toe? Wat is je ervaring daarmee? Welke pas je niet toe? Zou je dat willen? Waarom wel/niet?
2. Zoek iemand op en bespreek met elkaar ieders SHAPE. Hoe zie je dat jouw SHAPE invloed heeft op je functioneren in je gemeente? Welke ervaringen neem je als bagage mee? Welke ervaringen als ballast? Welke invloed hebben deze ervaringen op je eigen hart?
3. Voor wie zou jij een mentor kunnen zijn om die ander te stimuleren tot psychische en geestelijke groei?
4. Wat kun jij met het begrippenpaar structuur en richting? Kun je een voorbeeld noemen waarbij je ziet dat de manier waarop God jou gemaakt heeft invloed heeft op de manier waarop je je geloof vormgeeft?
5. Hieronder zie je een heel aantal voorbeeldvragen die je zou kunnen stellen over iemands gerichtheid op God. Neem voor jezelf een onderwerp in gedachten waar je mee worstelt en beantwoord de volgende vragen.
1. Op welke manier bespreek je dit onderwerp met God?
2. Hoe uit je je vragen naar Hem? Je gevoelens? Je wensen?
3. Op welke manier ervaar je wel of niet dat God hierbij betrokken is?
4. Welke invloed hebben deze gebeurtenissen op de manier waarop je naar God kijkt?
5. Brengt dit onderwerp je juist dichter bij God of heb je het idee dat je verder bij Hem vandaan bent?
6. Wat is nodig om (nog) dichterbij te komen?
7. Waar zou je de komende tijd voor kunnen bidden?
8. Op wat voor manier sta je open voor Gods antwoorden?
9. Op welke manier zou je je stille tijd daarop kunnen afstemmen?
10. Wat zou je zeggen als Jezus nu binnen zou komen lopen?