Wij in Christus
N
a Goede Vrijdag, na Pasen, na Hemelvaart en Pinksteren kan God ons zijn volle zegen geven, en spreekt het Nieuwe Testament in kernachtige bewoordingen over de positie van de gelovigen in Christus.
Negatief geformuleerd zijn we vrij van het oordeel: ‘zij die in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld’ (Romeinen 8:1).
Positief gezegd zijn we overgebracht in de volheid van de zegen die God in de hemel voor ons heeft bereid, ‘met alle geestelijke zegeningen gezegend in de hemelsferen’ (Efeziërs 1:3). De bevrijding vanuit Egypte nam de negatieve vloek van de slavernij weg van het volk Israël, toen ze door de Rode Zee heen trokken; de toegang tot het beloofde land zette het volk midden in het gebied van rijke zegen, zoals dat gebeurde met het volk Israël toen ze door de Jordaan gingen.
We worden gezegend niet alleen maar met ‘talrijke’, maar met ‘talloze’ zegeningen, of met ‘alle zegeningen’, zoals de Telosvertaling nauwkeuriger weergeeft dan de NBV. Er is in Gods hele heerlijke hemel geen enkele zegen die ons onthouden is. Dat komt omdat alle zegeningen aan Hém geschonken zijn, aan onze Heer Jezus Christus, en omdat we met Hem onverbrekelijk één geworden zijn. De beloning voor zijn zelfovergave aan het kruis is Hem door God royaal gegeven, zonder enige beperking. De vreugdeolie waarmee God Hem heeft gezalfd, ‘als geen van uw gelijken’ (Hebreeën 1:10), is via Hem over óns gekomen: ‘Goed als olie op het hoofd die neervalt op de baard, de baard van Aäron, en neervalt op de hals van zijn gewaad, als de dauw van de Hermon die neervalt op de bergen van Sion. Daar geeft de Heer zijn zegen: leven voor altijd’ (Psalm 133).
Christus in ons
Rijk, magnifiek, indrukwekkend: onze positie in Christus. Het ziet er niet alleen prachtig uit, maar ook wel heel groot, en erg abstract, en algemeen; voor ons allen als gelovigen is hetzelfde heil weggelegd. De een heeft niet iets meer of minder gekregen dan de ander, en ook niet iets met een ander kleurtje of reuk of smaak. De veelkleurige wijsheid van God, in al haar schakeringen, wordt door de gemeente, het geheel van alle gelovigen, aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen bekendgemaakt (Efeziërs 3:10). Heel ootmoedig zijn we er geweldig trots op, en speciaal trots op onze Heer Jezus Christus, die dit toch maar allemaal tot stand heeft gebracht. Al die miljoen of miljarden mensen zijn hetzelfde heil deelachtig.
Anderzijds heeft datzelfde heil deel aan hén, en dat op een heel individuele, persoonlijke manier. Terug naar Galaten 2:20 – ‘... ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij.’ Dat is precies het spiegelbeeld van onze identiteit in Christus: hier gaat het om Christus’ leven in mij. De reden waarom Paulus de brief aan de Galaten schreef, was dat judaïstische (dwaal)leraars aan de gemeenten in Galatië kwamen verkondigen dat ze zich moesten onderwerpen aan
uiterlijke wetsnormen, ontleend aan de wet van Mozes. Wat de apostel daartegenover plaatst, is het
innerlijke leven van Christus in ons. Jezus zelf hééft iets met ons. En wel met ieder van ons iets heel persoonlijks, een geheim waar een ander niet in kan doordringen. In de eerste persoon enkelvoud brengt Paulus het onder woorden: ‘Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft prijsgegeven.’ Terwijl hij het in de meest relationele bewoordingen zegt (‘
mij heeft liefgehad... Zichzelf voor
mij heeft prijsgegeven’) gebruikt hij ook de meest verheven titel van Jezus, namelijk ‘de Zoon van God’. De allerhoogste Zoon, staande in die unieke relatie met de Vader, knoopt met mij, hoogstpersoonlijk, een relatie aan!
Het is zelfs meer dan een relatie, want in een relatie sta je nog steeds apart van elkaar, naast elkaar, tegenover elkaar. De woorden waarin wordt weergegeven wat Christus in ieder van ons betekent, kunnen ook in een iets ander beeld worden weergegeven, namelijk dat van ‘wonen’, ‘[ver]blijven’: ‘zodat door uw geloof Christus
Ben je een ochtendmens of een avondmens? Jezus weet daar iets moois van te maken.
kan [gaan] wonen in uw hart’ (Efeziërs 3:17). Uiteraard komen we dan op een andere ‘inwoning’, die toch dezelfde is: de inwoning van de Geest. Als de Geest in ons komt wonen, zegt Jezus, ‘dan zul je begrijpen dat Ik in mijn Vader ben, dat jullie in Mij zijn [het eerste aspect waar we het zojuist over hadden] en dat Ik in jullie ben [het tweede aspect]’ (Johannes 14:18-20). De permanente inwoning van de Geest is een objectief heilsfeit (‘wat blijft’, 2 Korintiërs 3:11), maar met een heel subjectieve, persoonlijke uitwerking, in ieder van ons weer verschillend. In het geval van Paulus was het gebleken doordat het God behaagde door zijn Geest ‘zijn Zoon in mij te openbaren’, zoals de apostel zegt (Galatiërs 1:16). De uitwerking was dat Gods glorie zichtbaar werd in Paulus, ‘en zij verheerlijkten God in mij’ (vers 24 TE).
Jezus in miljoenen mensen
Alle gelovigen zijn in Christus: heerlijk om deze onschokbare vastheid te kennen! Je identiteit is in Hem. Kijk niet naar jezelf – je zou kunnen schrikken, je zou in jezelf teleurgesteld kunnen raken – kijk naar Hem, de Volkomene. Wij zijn in Hem, de een niet een klein beetje meer of minder of anders dan de ander.
De andere kant: Jezus is in al die miljoenen mensen. Hij is in ons. Hij is in mij, in jou. Kijk naar jezelf! De een is nooit exact het evenbeeld van de ander. Ben je een emotionele persoonlijkheid? Jezus wordt in jou openbaar, en dan ben je niet een persoon die ineens heel rationeel blijkt te zijn, maar op een prachtige, gevoelige manier komt Hij in jou tot uiting. Ben je een ochtendmens of een avondmens? Jezus sluit Zich aan bij jouw karakter, en Hij weet daar (of het nu ’s morgens vroeg of ’s avonds laat is) iets moois van te maken. Spreek je één of twee van de vijf talen van de liefde, en ben je in de andere niet zo goed? Hindert niet, juist in die twee – of zelfs maar één – kan de Geest heel veel van Jezus’ liefde voor mensen manifesteren. Maar wacht eens, die ander spreekt toch heel andere liefdestalen? Dat boeit niet, of dat boeit juist wél–- want God openbaart in de ander óók de persoon van de Heer Jezus, en als je nauwkeurig en zorgvuldig kijkt, zul je die andere liefdestaal kunnen verstaan en het beeld van Gods Zoon kunnen ontwaren.
Je gaven, dat is waar ook! Moesten we niet allemaal in klanktaal spreken? O nee, nu weet ik het weer: allemaal profeteren! Dus toch weer allemaal naar dezelfde gaven streven? Kom nou. Wij zijn één lichaam, maar bestaan uit vele delen. Een voet of een oor of een oog of een neus kunnen geen van alle claimen dat ze alle functies kunnen overnemen, en moeten zéker niet jammeren dat ze de functies van een ander lid niet hebben (1 Korintiërs 12:14vv.). Juist de profetie, waarnaar we volgens de woorden van de apostel allemaal moeten streven, is een gave die per mens en per geval heel veel kan verschillen, en juist veel onderscheid vraagt.
Veelvoudig, talrijk, miljoenvoudig verschijnt de heerlijkheid van Jezus in allemaal afzonderlijke mensen. Voor ieder heeft God een korter of langer mensenleven de tijd genomen om er iets van te maken wat hij of zij in eeuwigheid verder worden kan. We hebben wel eens het beeld van de hemel dat we daar allemaal in witte badjassen zullen staan om samen aanbiddingsliederen te zingen, en misschien is dat beeld ook wel ontleend aan sommige plaatjes uit de Bijbel (bijvoorbeeld Openbaring 7:9vv.). Maar als dat het enige beeld zou zijn, is het misleidend. Pas in de eeuwigheid zullen we de enorme rijkdom aan variëteit zien die God in ieder van ons zal openbaren, maar het zou wel vreselijk jammer zijn als we hiervan op aarde bijna niets zouden kunnen meebeleven! Juist in dit leven hebben we het voorrecht gekregen Hém te leren kennen, maar ook onszélf te leren kennen, en anderen te leren kennen in de prachtige veelvuldigheid van Gods glorie. Zoals wij allen een vaste en zekere identeit hebben in Christus, zo drukt Christus Zich ook uit in óns, in onze persoonlijkheid. Het is als een middeleeuwse kathedraal: in de glas-in-loodramen valt het licht door de heiligen. Soli Deo Gloria!
Q
DENKBODEM
1. Ik in Christus
Door je geloof ben je helemaal in Christus Jezus geborgen, zegt Henk in dit artikel, maar Jezus vraagt ook van ons in alles met Hem verbonden te blijven (Johannes 15:5).
a. Waarin zie je deze verbondenheid in je leven werken?
b. Zijn er nog dingen in je leven die je nog met Hem wilt verbinden of die zelfs deze verbondenheid in de weg staan?
c. Welke stap kun je doen om te groeien in verbondenheid met Jezus?
Christus in mij
Christus woont ten volle in jou, zegt Henk in dit artikel, maar Jezus vraagt ook om Hem meer zichtbaar te maken in je leven.
a. Wat is er al zichtbaar van Jezus in jou?
b. Wat zou een volgende stap kunnen zijn om Hem nog meer zichtbaar te kunnen maken in je doen en laten?